Gerelateerd aan Genesis 29:18-19

Gerelateerd aan Genesis 29:18

Hosea 12:12

(12:13) Jakob vluchtte naar Aram; Israël werd knecht om een vrouw te krijgen, om een vrouw hoedde hij de schapen.
Gerelateerd aan Genesis 29:18

Exodus 22:16

(22:15) Wanneer iemand een meisje dat nog niet uitgehuwelijkt is verleidt, moet hij de volle bruidsprijs betalen en met haar trouwen.
Gerelateerd aan Genesis 29:18

Genesis 31:41

Twintig jaar ben ik bij u geweest: veertien jaar heb ik voor u gewerkt om uw twee dochters, en zes jaar om uw vee. En u hebt mijn loon keer op keer veranderd.
Gerelateerd aan Genesis 29:18

Genesis 34:12

Vraag gerust een hoge bruidsprijs van me en grote geschenken, ik geef u alles wat u verlangt, als u mij het meisje maar tot vrouw wilt geven.’
Gerelateerd aan Genesis 29:18

2 Samuel 3:14

Hij stuurde ook afgezanten naar Sauls zoon Isboset met de boodschap: 'Geef me mijn vrouw Michal terug, die ik als bruid verworven heb voor de voorhuiden van honderd Filistijnen.'
Gerelateerd aan Genesis 29:18

Genesis 29:20

Zo werkte Jakob zeven jaar om Rachel, maar voor zijn gevoel waren het maar een paar dagen, zoveel hield hij van haar.
Gerelateerd aan Genesis 29:18

Genesis 29:30

Toen sliep Jakob ook met Rachel, en van Rachel hield hij echt, meer dan van Lea. En hij werkte nog eens zeven jaar bij Laban.
Gerelateerd aan Genesis 29:18

Hosea 3:2

Ik kocht zo'n vrouw voor de prijs van vijftien sjekel zilver en anderhalve ezelslast gerst.
Gerelateerd aan Genesis 29:19

Jesaja 6:11

Ik vroeg: ‘Hoe lang, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Totdat de steden en huizen geheel verlaten zijn en er geen mens meer woont, tot heel het land verwoest is, één grote woestenij.
Gerelateerd aan Genesis 29:19

Psalmen 12:2

(12:3) Ze beliegen elkaar allemaal, vals en verraderlijk is hun woord.
Gerelateerd aan Genesis 29:19

Jesaja 6:5

Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER van de hemelse machten, gezien.’