Gerelateerd aan Genesis 29:1

Gerelateerd aan Genesis 29:1

Richteren 6:3

Elk jaar wanneer het gewas op het veld stond, kwamen de Midjanieten, de Amalekieten en nog andere woestijnvolken uit het oosten aanzetten en vielen ze Israël binnen.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Richteren 6:33

Weer sloten de Midjanieten, de Amalekieten en andere woestijnvolken uit het oosten zich aaneen. Ze staken de Jordaan over en sloegen hun tenten op in de vallei van Jizreël.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Numeri 23:7

Bileam hief een orakelspreuk aan en zei: 'Balak liet mij uit Aram komen, uit het bergland in het oosten riep Moabs koning mij. "Kom Jakob voor mij vervloeken, kom Israël verwensen!"
Gerelateerd aan Genesis 29:1

1 Koningen 4:30

(5:10) In wijsheid overtrof Salomo alle oosterlingen en alle Egyptenaren.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Genesis 22:20

Enige tijd later ontving Abraham het bericht dat ook Milka, de vrouw van zijn broer Nachor, zonen had gekregen:
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Richteren 8:10

Zebach en Salmunna hadden intussen hun kamp opgeslagen in Karkor. Ze waren met ongeveer vijftienduizend man, meer was er van het leger van de woestijnvolken niet over. Honderdtwintigduizend geoefende krijgslieden waren al gesneuveld.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Genesis 24:10

Hij nam tien van de kamelen van zijn meester en begaf zich op weg, met allerlei kostbaarheden die hij van zijn meester meekreeg. Zo ging hij naar Aram-Naharaïm, de stad van Nachor.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Prediker 9:7

Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Richteren 7:12

De Midjanieten waren met de Amalekieten en nog andere woestijnvolken als sprinkhanen over de vlakte uitgezwermd. Hun kamelen waren ontelbaar als zandkorrels aan de zee.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Psalmen 119:60

ik haast mij, en aarzel niet mij te houden aan uw geboden.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Genesis 28:5

Zo stuurde Isaak Jakob weg, en hij vertrok naar Paddan-Aram, naar Laban, die een zoon was van de Arameeër Betuël en een broer van Rebekka, de moeder van Jakob en Esau.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Hosea 12:12

(12:13) Jakob vluchtte naar Aram; Israël werd knecht om een vrouw te krijgen, om een vrouw hoedde hij de schapen.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Genesis 25:20

was veertig jaar toen hij trouwde met Rebekka, die een dochter was van de Arameeër Betuël uit Paddan-Aram en een zuster van de Arameeër Laban.
Gerelateerd aan Genesis 29:1

Psalmen 119:32

Ik zal voortgaan op de weg van uw geboden, want u geeft mij ruimte.