Gerelateerd aan Genesis 28:22

Gerelateerd aan Genesis 28:22

Genesis 35:7

bouwde hij er een altaar; hij noemde die plaats ‘God is in Betel’, omdat God zich daar aan hem geopenbaard had toen hij op de vlucht was voor zijn broer.
Gerelateerd aan Genesis 28:22

Genesis 14:20

Gezegend zij God, de Allerhoogste: uw vijanden leverde hij aan u uit.’ Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd.
Gerelateerd aan Genesis 28:22

Deuteronomium 14:22

Ieder jaar moet u het tiende deel van de opbrengst van uw akkers afdragen.
Gerelateerd aan Genesis 28:22

Leviticus 27:30

Van de opbrengst van het land, zowel de gewassen op de akkers als de vruchten aan de bomen, is een tiende als heilige gave voor de HEER bestemd.
Gerelateerd aan Genesis 28:22

Genesis 35:1

God zei tegen Jakob: ‘Ga naar Betel. Blijf daar en bouw er een altaar voor de God die daar aan jou verschenen is toen je op de vlucht was voor je broer Esau.’
Gerelateerd aan Genesis 28:22

Genesis 33:20

Hij bouwde daar een altaar, dat hij ‘El is de God van Israël’ noemde.
Gerelateerd aan Genesis 28:22

Genesis 28:17

Eerbied vervulde hem. ‘Wat een ontzagwekkende plaats is dit, ‘zei hij, ‘dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn!’
Gerelateerd aan Genesis 28:22

Genesis 21:33

Abraham plantte in Berseba een tamarisk en riep er de naam van de HEER, de eeuwige God, aan.
Gerelateerd aan Genesis 28:22

Genesis 35:14

Daar, op die plaats, zette Jakob een steen rechtop, en hij wijdde hem door er een wijnoffer op te brengen en er olie over uit te gieten.
Gerelateerd aan Genesis 28:22

Genesis 12:8

Daarvandaan trok hij naar het bergland dat oostelijk van Betel ligt, en ergens ten oosten van Betel en ten westen van Ai sloeg hij zijn tent op. Hij bouwde er een altaar voor de HEER en riep er zijn naam aan.