Gerelateerd aan Genesis 28:10-11

Gerelateerd aan Genesis 28:10

Genesis 32:10

(32:11) ik ben alle weldaden en al de trouw die u aan mij, uw dienaar, bewezen hebt niet waard. Met alleen mijn stok ben ik indertijd de Jordaan hier overgestoken, en nu kan ik mijn mensen zelfs over twee kampen verdelen.
Gerelateerd aan Genesis 28:10

Handelingen 7:2

Stefanus antwoordde: ‘Broeders en leden van het Sanhedrin, luister naar wat ik u te zeggen heb. Toen Abraham, de vader van ons volk, nog in Mesopotamië woonde, voordat hij zich in Charan vestigde, verscheen God in al zijn luister aan hem
Gerelateerd aan Genesis 28:10

Genesis 11:31

Terach verliet Ur, de stad van de Chaldeeën, en nam zijn zoon Abram met zich mee, evenals zijn kleinzoon Lot, de zoon van Haran, en zijn schoondochter Sarai, Abrams vrouw. Samen gingen ze op weg naar Kanaän. Maar toen ze in Charan waren aangekomen, bleven ze daar wonen.
Gerelateerd aan Genesis 28:10

Hosea 12:12

(12:13) Jakob vluchtte naar Aram; Israël werd knecht om een vrouw te krijgen, om een vrouw hoedde hij de schapen.
Gerelateerd aan Genesis 28:10

Handelingen 25:13

Enkele dagen later kwamen koning Agrippa en Bernice naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken.
Gerelateerd aan Genesis 28:11

Genesis 28:18

De volgende morgen vroeg zette Jakob de steen die hij als hoofdsteun had gebruikt rechtop, en wijdde hem door er olie over uit te gieten.
Gerelateerd aan Genesis 28:11

Mattheüs 8:20

Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’
Gerelateerd aan Genesis 28:11

Genesis 31:46

hij droeg zijn verwanten op nog meer stenen te verzamelen. Dat deden ze. Ze stapelden ze op en hielden bij die steenhoop een maaltijd.
Gerelateerd aan Genesis 28:11

2 Korinthe 1:5

Zoals wij volop delen in het lijden van Christus, zo delen wij volop in de troost die God ons door Christus geeft.