Gerelateerd aan Genesis 27:43
Gerelateerd aan Genesis 27:43
Genesis 11:31
Terach verliet Ur, de stad van de Chaldeeën, en nam zijn zoon Abram met zich mee, evenals zijn kleinzoon Lot, de zoon van Haran, en zijn schoondochter Sarai, Abrams vrouw. Samen gingen ze op weg naar Kanaän. Maar toen ze in Charan waren aangekomen, bleven ze daar wonen.
Gerelateerd aan Genesis 27:43
Genesis 27:8
Doe jij nu precies wat ik je zeg, mijn zoon.
Gerelateerd aan Genesis 27:43
Genesis 27:13
Maar zijn moeder zei: ‘Die vloek moet mij dan maar treffen, mijn zoon. Doe nu wat ik zeg en ga die bokjes voor me halen.’
Gerelateerd aan Genesis 27:43
Genesis 24:29
Nu had Rebekka een broer, Laban. Deze haastte zich de stad uit, om naar de man bij de bron te gaan;
Gerelateerd aan Genesis 27:43
Jeremia 35:14
Jonadab, de zoon van Rechab, heeft zijn nakomelingen verboden wijn te drinken. Zij hebben het gebod van hun voorvader nageleefd en tot op de dag van vandaag geen wijn gedronken. Maar tot jullie heb ik telkens weer gesproken, en jullie hebben niet naar mij geluisterd.
Gerelateerd aan Genesis 27:43
Spreuken 30:17
Wie spottend neerkijkt op zijn vader en zijn moeder ongehoorzaam is, hem zullen de raven bij de beek de ogen uitpikken, de gieren zullen zijn ogen opschrokken.
Gerelateerd aan Genesis 27:43
Genesis 28:10
Jakob verliet dus Berseba en ging op weg naar Charan.
Gerelateerd aan Genesis 27:43
Handelingen 5:29
Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.
Gerelateerd aan Genesis 27:43
Genesis 28:7
ook merkte hij dat Jakob naar zijn vader en moeder had geluisterd en inderdaad naar Paddan-Aram was gegaan.
Gerelateerd aan Genesis 27:43
Genesis 12:4
(4-5) Abram ging uit Charan weg, zoals de HEER hem had opgedragen. Hij was toen vijfenzeventig jaar. Hij nam zijn vrouw Sarai mee en Lot, de zoon van zijn broer, en ook alle bezittingen die ze hadden verworven en de slaven en slavinnen die ze in Charan hadden verkregen. Zo gingen ze op weg naar Kanaän. Toen ze daar waren aangekomen,