Gerelateerd aan Genesis 27:41

Gerelateerd aan Genesis 27:41

Genesis 37:4

De broers zagen wel dat hun vader het meest van Jozef hield. Daarom konden ze Jozef niet uitstaan en kon er geen vriendelijk woord voor hem af.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

1 Johannes 3:12

en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Genesis 50:3

Het balsemen van Israël duurde veertig dagen (zo lang duurt een balseming), en de Egyptenaren beweenden hem zeventig dagen.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Prediker 7:9

Heb een lange adem en beheers je rusteloosheid, want rusteloosheid heerst in het hart van de dwazen.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Genesis 37:8

Zijn broers zeiden: ‘Dacht je soms koning over ons te worden? Wil je over ons heersen?’ Vanwege dat gepraat over zijn dromen gingen ze hem hoe langer hoe meer haten.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Spreuken 6:14

Zo iemand zit vol leugen en bedrog, is altijd uit op kwade zaken, zaait voortdurend tweedracht.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Genesis 32:6

(32:7) Toen de boden bij Jakob terugkwamen, meldden ze hem: ‘We zijn bij uw broer Esau geweest, en hij komt u tegemoet, met vierhonderd man.’
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Psalmen 140:4

(140:5) Houd mij, HEER, uit de handen van schurken, behoed mij voor hun bruut geweld. Ze zijn op mijn ondergang uit,
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Genesis 32:11

(32:12) Ik smeek u, red mij uit de handen van Esau, mijn broer, ik vrees dat hij ons zal aanvallen en mij en iedereen zal doden, ook de kinderen en hun moeders.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Ezechiel 25:12

Dit zegt God, de HEER: Edom heeft zich op het volk van Juda gewroken en zo een zeer zware schuld op zich geladen.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Genesis 4:2

Later bracht ze zijn broer ter wereld, Abel. Abel werd herder, Kaïn werd landbouwer.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Psalmen 142:3

(142:4) Ik ben ten einde raad, u kent de weg die ik moet volgen, u weet dat op mijn pad een strik verborgen ligt.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Obadja 1:10

Je hebt je tegen het volk van Jakob gekeerd, geweld gebruikt tegen je eigen broeder. Daarom zul je met schande worden overdekt en voor altijd worden uitgeroeid.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

2 Kronieken 35:24

Zijn dienaren haalden hem van zijn strijdwagen, legden hem op zijn andere wagen en brachten hem naar Jeruzalem. Daar stierf hij, en hij werd bij zijn voorouders begraven. Heel Juda en Jeruzalem rouwde over Josia.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Deuteronomium 34:8

De Israëlieten, die in de vlakte van Moab bijeen waren, treurden om Mozes’ dood tot de dertig dagen van rouw voorbij waren.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Spreuken 1:12

we verslinden ze met huid en haar, zoals het dodenrijk de levenden verslindt, het graf de doden opslokt.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Ezechiel 35:5

Je hebt de Israëlieten altijd gehaat, je hebt ze uitgeleverd aan het zwaard toen het onheil hen trof, toen er met hen werd afgerekend.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

2 Samuel 13:28

Toen beval Absalom zijn dienaren: 'Let op, wanneer de wijn Amnon naar het hoofd gestegen is en ik tegen jullie zeg: "Sla Amnon dood!" dan moeten jullie hem doden. Jullie hoeven niets te vrezen, want ik heb het jullie zelf bevolen. Houd je flink en aarzel niet.'
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Psalmen 35:14

Ik liep rond als waren zij vrienden, broers, ik ging in het zwart gehuld en liep gebogen als iemand die rouwt om zijn moeder.
Gerelateerd aan Genesis 27:41

Amos 1:11

Dit zegt de HEER: Misdaad op misdaad heeft Edom begaan: ze hebben hun broeders met het zwaard achtervolgd, zonder enig medelijden. Hun woede was onverzadigbaar, ontembaar hun razernij. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen.
1
2
Volgende