Gerelateerd aan Genesis 27:18-24
Gerelateerd aan Genesis 27:19
Zacharia 13:3
Wanneer er dan nog iemand een profetie uitspreekt, zullen zijn eigen vader en moeder, die hem zelf hebben voortgebracht, tegen hem zeggen: 'Jij moet sterven, want je verkondigt leugens in de naam van de HEER .' Ze zullen hem doorsteken, zijn eigen vader en moeder, die hem zelf hebben voortgebracht, wanneer hij een profetie uitspreekt.
Gerelateerd aan Genesis 27:19
Mattheüs 26:70
Maar hij ontkende dat met klem, zodat allen het konden horen: ‘Ik weet niet waar je het over hebt.’
Gerelateerd aan Genesis 27:19
Genesis 27:24
‘Ben je echt mijn zoon Esau?’ vroeg hij nog. ‘Ja, ‘antwoordde Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 27:19
Genesis 27:4
Maak dat voor me klaar zoals ik het lekker vind en breng me dat te eten; het zal mij de kracht geven om je te zegenen voordat ik sterf.’
Gerelateerd aan Genesis 27:19
Genesis 29:23
Toen de avond was gevallen bracht hij zijn dochter Lea bij Jakob, en Jakob sliep met haar.
Gerelateerd aan Genesis 27:19
1 Koningen 14:2
Jerobeam zei tegen zijn vrouw: 'Kom, verkleed je zo dat niemand je als mijn vrouw herkent, en ga naar Silo. Daar woont de profeet Achia, die mij voorzegd heeft dat ik koning over dit volk zou worden.
Gerelateerd aan Genesis 27:19
Genesis 25:25
Het kind dat het eerst te voorschijn kwam was rossig en helemaal behaard, alsof het een haren mantel aanhad; ze noemden het Esau.
Gerelateerd aan Genesis 27:19
Jesaja 28:15
Jullie zeiden: ‘Wij hebben een verbond gesloten met de dood, met het dodenrijk zijn we een verdrag aangegaan. Wanneer de striemende gesel voorbijkomt zal hij ons niet raken. Wij houden ons schuil in bedrog en verbergen ons in leugens.’
Gerelateerd aan Genesis 27:19
Genesis 27:21
Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens wat dichterbij, mijn zoon, zodat ik kan voelen of je inderdaad mijn zoon Esau bent of niet.’
Gerelateerd aan Genesis 27:19
1 Koningen 13:18
'Maar ik ben ook een profeet, net als u, 'voerde de ander aan. 'En tegen mij heeft een engel in opdracht van de HEER gezegd: "Neem hem mee terug naar je huis en laat hem wat eten en drinken."' Zo loog hij hem voor,
Gerelateerd aan Genesis 27:20
Job 13:7
Spreken jullie onwaarheid namens God? Willen jullie God met leugens dienen?
Gerelateerd aan Genesis 27:20
Genesis 24:12
Toen zei hij: ‘HEER, God van mijn meester Abraham, als u mijn meester Abraham genegen bent, laat het mij dan zo vergaan:
Gerelateerd aan Genesis 27:20
Exodus 20:7
Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan.
Gerelateerd aan Genesis 27:21
Genesis 27:12
Misschien raakt vader me aan, dan zal hij me een bedrieger vinden en breng ik een vloek over me in plaats van zegen.’
Gerelateerd aan Genesis 27:21
Psalmen 73:28
Bij God te zijn is mijn enig verlangen, mijn toevlucht vind ik bij God, de HEER. Van al uw daden zal ik verhalen.
Gerelateerd aan Genesis 27:21
Jakobus 4:8
Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars.
Gerelateerd aan Genesis 27:23
Genesis 27:16
En over zijn handen en over zijn gladde hals trok ze het vel van de bokjes.
Gerelateerd aan Genesis 27:23
Hebreeën 11:20
Door zijn geloof zegende Isaak Jakob en Esau, en hij dacht daarbij aan wat er in de toekomst zou gebeuren.
Gerelateerd aan Genesis 27:23
Romeinen 9:11
(11-12) en al voor ze geboren waren en nog niets goeds of slechts hadden gedaan, werd haar gezegd: 'De oudste zal de jongste dienen.' Gods besluit blijft namelijk van kracht: God kiest een mens niet uit op grond van zijn daden, maar omdat hij hem roept.
Gerelateerd aan Genesis 27:24
Kolossensen 3:9
Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt
1
2