Gerelateerd aan Genesis 27:13

Gerelateerd aan Genesis 27:13

Mattheüs 27:25

En heel het volk antwoordde: ‘Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen!’
Gerelateerd aan Genesis 27:13

2 Samuel 14:9

Maar de vrouw uit Tekoa hield aan: 'Jawel, maar ik en mijn familie krijgen de schuld, mijn heer en koning; u en uw troon zal men niets verwijten.'
Gerelateerd aan Genesis 27:13

Genesis 43:9

Ik wil persoonlijk borg voor hem staan, u mag mij verantwoordelijk voor hem stellen: als ik hem niet veilig hier bij u terugbreng, mag u mij dat mijn leven lang aanrekenen.
Gerelateerd aan Genesis 27:13

Genesis 27:8

Doe jij nu precies wat ik je zeg, mijn zoon.
Gerelateerd aan Genesis 27:13

1 Samuel 14:36

Later die avond zei Saul: 'Laten we vannacht de Filistijnen achternagaan en ze bestoken tot de morgen aanbreekt. Niet één zullen we er in leven laten.' 'Wat u maar wilt, 'zeiden de soldaten, maar de priester zei: 'Laten we ons eerst tot God wenden.'
Gerelateerd aan Genesis 27:13

1 Samuel 14:24

Van de Israëlieten werd die dag het uiterste gevergd, want Saul had de soldaten onder ede bezworen: 'Vervloekt wie het waagt om vóór de avond iets te eten, voor ik me op mijn vijanden heb gewroken.' Dus nam niemand ook maar iets te eten.
Gerelateerd aan Genesis 27:13

Genesis 25:33

‘Zweer het me nu meteen, ‘zei Jakob. Dat deed Esau, en zo verkocht hij zijn eerstgeboorterecht aan Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 27:13

Genesis 25:23

De HEER zei tegen haar: ‘Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen.’