Gerelateerd aan Genesis 26

Gerelateerd aan Genesis 26:1

Genesis 12:10

Eens brak er in het land hongersnood uit. Abram trok naar Egypte om daar tijdelijk te gaan wonen, want de hongersnood was zeer zwaar.
Gerelateerd aan Genesis 26:1

Genesis 20:1

Abraham brak op en trok naar de Negev, waar hij tussen Kades en Sur ging wonen. Toen hij een tijdlang in Gerar verbleef,
Gerelateerd aan Genesis 26:1

Genesis 25:11

Na Abrahams dood zegende God Isaak, zijn zoon, die bij de bron Lachai-Roï ging wonen.
Gerelateerd aan Genesis 26:1

Genesis 21:22

Op een dag kwam Abimelech bij Abraham, samen met zijn legeraanvoerder Pichol. ‘God blijkt u ter zijde te staan bij alles wat u onderneemt, ‘zei hij.
Gerelateerd aan Genesis 26:2

Genesis 12:7

Maar de HEER verscheen aan Abram en zei: ‘Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven.’ Toen bouwde Abram op die plaats een altaar voor de HEER, die aan hem verschenen was.
Gerelateerd aan Genesis 26:2

Genesis 18:1

De HEER verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent.
Gerelateerd aan Genesis 26:2

Genesis 17:1

Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven.
Gerelateerd aan Genesis 26:2

Genesis 12:1

De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen.
Gerelateerd aan Genesis 26:2

Psalmen 37:3

Vertrouw op de HEER en doe het goede, bewoon het land en leef er veilig.
Gerelateerd aan Genesis 26:2

Genesis 18:10

Toen zei een van hen: ‘Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben.’ Sara, die in de ingang van de tent stond, achter de man, hoorde dat.
Gerelateerd aan Genesis 26:3

Genesis 28:15

Ikzelf sta je ter zijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en ik zal je naar dit land terugbrengen; ik zal je niet alleen laten tot ik gedaan heb wat ik je heb beloofd.’
Gerelateerd aan Genesis 26:3

Genesis 13:15

Al het land dat je ziet geef ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd.
Gerelateerd aan Genesis 26:3

Genesis 20:1

Abraham brak op en trok naar de Negev, waar hij tussen Kades en Sur ging wonen. Toen hij een tijdlang in Gerar verbleef,
Gerelateerd aan Genesis 26:3

Genesis 15:18

Die dag sloot de HEER een verbond met Abram. ‘Dit land, ‘zei hij, ‘geef ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat:
Gerelateerd aan Genesis 26:3

Genesis 12:7

Maar de HEER verscheen aan Abram en zei: ‘Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven.’ Toen bouwde Abram op die plaats een altaar voor de HEER, die aan hem verschenen was.
Gerelateerd aan Genesis 26:3

Genesis 22:16

Hij zei: ‘Ik zweer bij mijzelf-spreekt de HEER: Omdat je dit hebt gedaan, omdat je mij je zoon, je enige, niet hebt onthouden,
Gerelateerd aan Genesis 26:3

Psalmen 105:9

het verbond dat hij sloot met Abraham en voor Isaak bevestigde met een eed.
Gerelateerd aan Genesis 26:3

Hebreeën 11:9

Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten
Gerelateerd aan Genesis 26:3

Hebreeën 6:17

Toen God de erfgenamen van de belofte ervan wilde doordringen hoe vast zijn voornemen was, stelde hij zich op dezelfde manier met een eed garant.
Gerelateerd aan Genesis 26:3

Jesaja 43:2

Moet je door het water gaan-ik ben bij je; of door rivieren-je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan-het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.
1
2
3
4
5
6
7
Volgende