Gerelateerd aan Genesis 26:7
Gerelateerd aan Genesis 26:7
Genesis 20:2
zei hij van zijn vrouw Sara dat ze zijn zuster was. Het gevolg was dat Abimelech, de koning van Gerar, Sara naar zijn paleis liet overbrengen.
Gerelateerd aan Genesis 26:7
Spreuken 29:25
Angst voor mensen is een valstrik, wie op de HEER vertrouwt, wordt beschermd.
Gerelateerd aan Genesis 26:7
Genesis 12:13
Zeg daarom dat je mijn zuster bent, dan kom ik er dankzij jou misschien goed vanaf en loopt mijn leven geen gevaar.’
Gerelateerd aan Genesis 26:7
Genesis 24:16
Ze was een heel knap meisje, een maagd nog, er had nog nooit een man met haar geslapen. Ze liep naar beneden, naar de bron, vulde haar kruik en kwam weer terug.
Gerelateerd aan Genesis 26:7
Genesis 20:12
Bovendien, ze is werkelijk mijn zuster: ze is de dochter van mijn vader. Ze is alleen niet de dochter van mijn moeder, en zo kon ze mijn vrouw worden.
Gerelateerd aan Genesis 26:7
Efeze 5:25
Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven
Gerelateerd aan Genesis 26:7
Kolossensen 3:9
Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt
Gerelateerd aan Genesis 26:7
Genesis 20:5
Hij zei me toch dat ze zijn zuster was? En ook zijzelf heeft gezegd dat hij haar broer is. Ik heb dit gedaan met een zuiver geweten, er treft mij geen enkele blaam.’
Gerelateerd aan Genesis 26:7
Mattheüs 10:28
Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.