Gerelateerd aan Genesis 26:31
Gerelateerd aan Genesis 26:31
Genesis 19:2
‘Heren, ‘zei hij, ‘komt u toch mee. Het huis van uw dienaar staat voor u open; overnacht daar en was er uw voeten. Dan kunt u morgenvroeg uw weg vervolgen.’ ‘Nee, dank u, ‘antwoordden ze, ‘we overnachten wel op het plein.’
Gerelateerd aan Genesis 26:31
Genesis 14:22
Maar Abram antwoordde hem: ‘Ik zweer bij de HEER, bij God, de Allerhoogste, de schepper van hemel en aarde,
Gerelateerd aan Genesis 26:31
1 Samuel 30:15
'Kun jij me de weg wijzen naar jullie bende?' vroeg David. 'Dat wil ik wel doen, 'antwoordde de Egyptenaar, 'maar zweer me dan eerst bij God dat u me niet zult doden of aan mijn meester uitleveren.'
Gerelateerd aan Genesis 26:31
Genesis 21:23
‘Zweer mij daarom bij God, hier op deze plaats, dat u mij, mijn kinderen en kindskinderen nooit zult bedriegen, maar dat u mij en het land waar u gastvrijheid geniet, evenveel loyaliteit zult tonen als u van mij hebt ondervonden.’
Gerelateerd aan Genesis 26:31
Genesis 31:44
Laten we daarom een overeenkomst sluiten en iets zoeken dat voor ons beiden als getuige kan dienen.’
Gerelateerd aan Genesis 26:31
1 Samuel 20:16
Jonatan sloot een verbond met het huis van David met de woorden: 'Moge de HEER je daaraan houden.'
Gerelateerd aan Genesis 26:31
Genesis 22:3
De volgende morgen stond Abraham vroeg op. Hij zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten en zijn zoon Isaak met zich mee, hakte hout voor het offer en ging op weg naar de plaats waarover God had gesproken.
Gerelateerd aan Genesis 26:31
Genesis 21:31
Omdat zij daar een eed zwoeren heet die plaats Berseba.
Gerelateerd aan Genesis 26:31
Genesis 25:33
‘Zweer het me nu meteen, ‘zei Jakob. Dat deed Esau, en zo verkocht hij zijn eerstgeboorterecht aan Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 26:31
Genesis 21:14
De volgende morgen vroeg nam Abraham brood en een zak water, legde dat op Hagars schouder, gaf haar ook het kind mee en stuurde haar weg. Ze trok de woestijn van Berseba in en doolde daar rond.
Gerelateerd aan Genesis 26:31
Hebreeën 6:16
Mensen zweren altijd bij iemand die hoger is dan zijzelf, en met hun eed bekrachtigen ze de waarheid en beëindigen ze elke twist.
Gerelateerd aan Genesis 26:31
1 Samuel 20:3
Maar David hield vol: 'Je vader weet heel goed dat jij op me gesteld bent. Daarom denkt hij: Jonatan mag dit niet te weten komen, het zou hem maar verdriet doen. Maar ik zweer je, zo waar de HEER leeft en zo waar jij leeft, Jonatan, ik ben maar één stap van de dood verwijderd.'
Gerelateerd aan Genesis 26:31
Genesis 31:55
(32:1) De volgende morgen vroeg kuste Laban zijn kleinkinderen en zijn dochters, en zegende hen. Daarna ging hij terug naar huis.
Gerelateerd aan Genesis 26:31
1 Samuel 14:24
Van de Israëlieten werd die dag het uiterste gevergd, want Saul had de soldaten onder ede bezworen: 'Vervloekt wie het waagt om vóór de avond iets te eten, voor ik me op mijn vijanden heb gewroken.' Dus nam niemand ook maar iets te eten.