Gerelateerd aan Genesis 26:28
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Genesis 21:22
Op een dag kwam Abimelech bij Abraham, samen met zijn legeraanvoerder Pichol. ‘God blijkt u ter zijde te staan bij alles wat u onderneemt, ‘zei hij.
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Jozua 3:7
en de HEER zei tegen Jozua: 'Vandaag zal ik ervoor zorgen dat je bij alle Israëlieten hoog in aanzien komt te staan, zodat ze weten dat ik je zal bijstaan, zoals ik Mozes heb bijgestaan.
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Genesis 24:3
ik wil dat je me bij de HEER, de God van hemel en aarde, zweert dat je voor mijn zoon geen vrouw zult zoeken onder de Kanaänieten, tussen wie ik hier woon;
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Hebreeën 6:16
Mensen zweren altijd bij iemand die hoger is dan zijzelf, en met hun eed bekrachtigen ze de waarheid en beëindigen ze elke twist.
Gerelateerd aan Genesis 26:28
2 Kronieken 1:1
Salomo, de zoon van David, verstevigde zijn positie als koning. De HEER, zijn God, stond hem ter zijde en maakte hem buitengewoon machtig.
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Jesaja 61:9
Hun kinderen zullen vermaard zijn bij alle volken, heel de aarde kent hun nageslacht. Dan zullen allen die hen zien erkennen: ‘Dat zijn de kinderen die de HEER heeft gezegend.’
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Genesis 24:41
Je mag je alleen dan ontslagen achten van deze eed wanneer je naar mijn familie bent gegaan en ze haar niet aan je meegeven; in dat geval ben je van deze eed ontslagen.”
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Jesaja 60:14
Met gebogen hoofd zullen ze komen, de zonen van je onderdrukkers, en iedereen die jou verachtte zal zich aan je voeten neerwerpen. Ze noemen je ‘Stad van de HEER‘, ‘Sion van de Heilige van Israël’.
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Genesis 31:49
Een andere naam die hij kreeg was Mispa, want Laban zei daar ook: ‘Moge de HEER toezicht houden op jou en mij wanneer we niet bij elkaar in de buurt zijn.
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Genesis 39:5
En vanaf het ogenblik dat hij hem belastte met het toezicht op zijn huis en zijn verdere bezittingen, zegende de HEER het huis van die Egyptenaar omwille van Jozef. De zegen van de HEER rustte op alles wat hij bezat, in huis en daarbuiten.
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Genesis 21:31
Omdat zij daar een eed zwoeren heet die plaats Berseba.
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Romeinen 8:31
Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
Gerelateerd aan Genesis 26:28
1 Korinthe 14:25
Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: 'Werkelijk, God is in uw midden.'
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Jesaja 61:6
En jullie worden priester van de HEER genoemd, dienaar van onze God zul je heten. Je zult je te goed doen aan de rijkdom door vreemde volken vergaard, je zult je met hun luister bekleden.
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Jesaja 45:14
Dit zegt de HEER: De Egyptenaren met hun schatten, de Nubiërs met hun rijkdom en de rijzige Sabeeërs, zij zullen komen en jullie toebehoren. Ze komen in ketenen en volgen je, ze buigen voor je en belijden: ‘Bij u alleen is een God, er is geen andere god, niet één.’
Gerelateerd aan Genesis 26:28
Hebreeën 13:5
Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten,’