Gerelateerd aan Genesis 24:36
Gerelateerd aan Genesis 24:36
Genesis 25:5
Abraham gaf alles wat hij bezat aan Isaak.
Gerelateerd aan Genesis 24:36
Genesis 21:10
Daarom zei ze tegen Abraham: ‘Jaag die slavin en haar zoon weg, want ik wil niet dat mijn zoon Isaak later de erfenis moet delen met de zoon van die slavin.’
Gerelateerd aan Genesis 24:36
Genesis 21:1
De HEER zag om naar Sara zoals hij had beloofd, hij gaf haar wat hij had toegezegd:
Gerelateerd aan Genesis 24:36
Romeinen 4:19
En zijn geloof verzwakte niet toen hij, ongeveer honderd jaar oud, besefte dat zijn krachten hem hadden verlaten en Sara niet langer vruchtbaar was.
Gerelateerd aan Genesis 24:36
Genesis 11:29
Abram en Nachor trouwden allebei. Abrams vrouw heette Sarai, Nachors vrouw heette Milka; zij was een dochter van Haran, die naast Milka nog een dochter had, Jiska.
Gerelateerd aan Genesis 24:36
Genesis 17:15
Verder zei God tegen Abraham: ‘Wat je vrouw Sarai betreft, voortaan moet je haar niet Sarai noemen maar Sara.
Gerelateerd aan Genesis 24:36
Genesis 18:10
Toen zei een van hen: ‘Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben.’ Sara, die in de ingang van de tent stond, achter de man, hoorde dat.