Gerelateerd aan Genesis 21:31-33
Gerelateerd aan Genesis 21:31
Genesis 26:33
Hij noemde die put Seba, en daarom heet de stad daar tot op de dag van vandaag Berseba.
Gerelateerd aan Genesis 21:31
Genesis 21:14
De volgende morgen vroeg nam Abraham brood en een zak water, legde dat op Hagars schouder, gaf haar ook het kind mee en stuurde haar weg. Ze trok de woestijn van Berseba in en doolde daar rond.
Gerelateerd aan Genesis 21:31
1 Koningen 4:25
(5:5) Zolang Salomo leefde, konden de inwoners van Juda en Israël, van Dan tot Berseba, onbezorgd onder hun wijnrank en hun vijgenboom zitten.
Gerelateerd aan Genesis 21:31
Richteren 20:1
Uit heel Israël, van Dan tot Berseba, en zelfs uit Gilead, kwamen de Israëlieten naar het heiligdom van de HEER in Mispa om daar een volksvergadering te houden.
Gerelateerd aan Genesis 21:31
Jozua 15:28
Chasar-Sual, Berseba met de omliggende dorpen,
Gerelateerd aan Genesis 21:31
Genesis 26:23
Van daar trok hij naar Berseba.
Gerelateerd aan Genesis 21:31
2 Samuel 17:11
Daarom raad ik u aan: roep alle mannen van Israël op, van Dan tot Berseba, talrijk als zandkorrels aan de zee, en trek zelf mee ten strijde.
Gerelateerd aan Genesis 21:32
Genesis 21:27
Toen schonk Abraham schapen, geiten en runderen aan Abimelech en sloten zij een bondgenootschap.
Gerelateerd aan Genesis 21:32
Genesis 26:8
Maar toen hij daar al geruime tijd woonde, zag Abimelech, de koning van de Filistijnen, tot zijn verbazing vanuit zijn venster hoe Isaak Rebekka aan het liefkozen was.
Gerelateerd aan Genesis 21:32
1 Samuel 18:3
En Jonatan, die David zo lief had als zijn eigen leven, sloot vriendschap met hem:
Gerelateerd aan Genesis 21:32
Genesis 26:14
hij bezat grote kudden schapen, geiten en runderen en een groot aantal slaven en slavinnen. De Filistijnen werden jaloers op hem,
Gerelateerd aan Genesis 21:32
Genesis 14:13
Dit werd door een vluchteling aan Abram gemeld, die bij de eiken van de Amoriet Mamre woonde, de broer van Eskol en Aner; Mamre en zijn broers hadden met de Hebreeër Abram een bondgenootschap gesloten.
Gerelateerd aan Genesis 21:32
Exodus 13:17
Toen de farao het volk had laten vertrekken, leidde God hen niet langs de weg die door het gebied van de Filistijnen loopt, ook al was dat de kortste route. God dacht namelijk: Als ze strijd zouden moeten leveren, konden ze weleens spijt krijgen en teruggaan naar Egypte.
Gerelateerd aan Genesis 21:32
Genesis 31:53
De God van Abraham en de God van Nachor, die ook de God van hun vader was, zal beoordelen wie van ons beiden in zijn recht staat.’ Jakob zwoer een eed bij de God voor wie zijn vader Isaak diep ontzag had.
Gerelateerd aan Genesis 21:32
Richteren 13:1
Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER. Daarom leverde de HEER hen veertig jaar lang over aan de Filistijnen.
Gerelateerd aan Genesis 21:32
Genesis 10:14
de Patrusieten, de Kasluchieten-uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen-en de Kretenzers.
Gerelateerd aan Genesis 21:33
Jesaja 40:28
Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Een eeuwige God is de HEER, schepper van de einden der aarde. Hij wordt niet moe, hij raakt niet uitgeput, zijn wijsheid is niet te doorgronden.
Gerelateerd aan Genesis 21:33
Psalmen 90:2
Nog voor de bergen waren geboren, voor u aarde en land had gebaard-u bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Gerelateerd aan Genesis 21:33
Genesis 4:26
Ook Set kreeg een zoon, die hij Enos noemde. In die tijd begon men de naam van de HEER aan te roepen.
Gerelateerd aan Genesis 21:33
Genesis 12:8
Daarvandaan trok hij naar het bergland dat oostelijk van Betel ligt, en ergens ten oosten van Betel en ten westen van Ai sloeg hij zijn tent op. Hij bouwde er een altaar voor de HEER en riep er zijn naam aan.
1
2