Gerelateerd aan Genesis 19:38
Gerelateerd aan Genesis 19:38
Deuteronomium 2:19
Je zult dan in de buurt komen van de Ammonieten. Bejegen ook hen niet vijandig en daag hen niet uit. Ook van het land van de Ammonieten geef ik je niets in bezit; ik heb het aan de nakomelingen van Lot in eigendom gegeven.’
Gerelateerd aan Genesis 19:38
Psalmen 83:4
(83:5) en zeggen: 'Kom, wij verdelgen dit volk, Israëls naam zal nooit meer worden genoemd.'
Gerelateerd aan Genesis 19:38
Zefanja 2:9
Daarom, zo waar ik leef-spreekt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël-zal Moab worden als Sodom en Ammon als Gomorra: een distelveld, een zoutput, voor altijd een woestenij. Wat er nog over is van mijn volk zal ze plunderen, wat er van mijn natie nog rest zal ze in bezit nemen.
Gerelateerd aan Genesis 19:38
Deuteronomium 2:9
Toen zei de HEER tegen mij: ‘Je mag de Moabieten niet vijandig bejegenen en hen niet uitdagen, want ik geef je van hun land niets in bezit; ik heb Ar immers aan de nakomelingen van Lot in eigendom gegeven.’
Gerelateerd aan Genesis 19:38
Nehemia 13:1
In die tijd las men het volk voor uit het boek van Mozes. Daarin bleek te zijn opgetekend dat Ammonieten en Moabieten nooit ofte nimmer tot Gods gemeenschap mogen worden toegelaten,
Gerelateerd aan Genesis 19:38
Nehemia 13:23
In diezelfde tijd ook kwam ik erachter dat er Joden met vrouwen uit Asdod, Ammon en Moab waren getrouwd,
Gerelateerd aan Genesis 19:38
Richteren 10:6
Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER: weer begonnen ze de Baäls en Astartes te vereren, en ook de goden van Aram, Sidon en Moab en de goden van de Ammonieten en de Filistijnen. Ze keerden de HEER de rug toe en dienden hem niet meer.
Gerelateerd aan Genesis 19:38
2 Samuel 10:1
Enige tijd later stierf de koning van Ammon. Zijn zoon Chanun volgde hem op.
Gerelateerd aan Genesis 19:38
1 Samuel 11:1
Koning Nachas van Ammon trok ten strijde en belegerde Jabes in Gilead. De inwoners van Jabes stelden Nachas het volgende voor: 'Als u met ons een verdrag sluit, zullen wij ons aan u onderwerpen.'
Gerelateerd aan Genesis 19:38
Jesaja 11:14
Ze strijken neer op de flank van Filistea, aan de zee, samen beroven zij de stammen in het oosten; ze leggen de hand op Edom en Moab en de Ammonieten zullen hen gehoorzamen.
Gerelateerd aan Genesis 19:38
Deuteronomium 23:3
(23:4) Hetzelfde geldt voor Ammonieten en Moabieten: nooit ofte nimmer zullen ze tot de dienst van de HEER worden toegelaten,