Gerelateerd aan Genesis 18:20

Gerelateerd aan Genesis 18:20

Genesis 19:13

Wij staan namelijk op het punt deze stad te verwoesten: er zijn zulke ernstige beschuldigingen tegen haar ingebracht dat de HEER ons hierheen heeft gestuurd om haar te verwoesten.’
Gerelateerd aan Genesis 18:20

Jakobus 5:4

Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden. Het geroep van de maaiers is tot de Heer van de hemelse machten doorgedrongen.
Gerelateerd aan Genesis 18:20

Genesis 4:10

‘Wat heb je gedaan?’ zei de HEER. ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt.
Gerelateerd aan Genesis 18:20

Jesaja 3:9

Hun partijdigheid keert zich tegen hen, schaamteloos pronken ze met hun zonden, als Sodom. Wee hun, want ze berokkenen zichzelf kwaad.
Gerelateerd aan Genesis 18:20

Ezechiel 16:49

Terwijl zij zich toch, omdat ze genoeg te eten hadden en onbezorgd van hun rust konden genieten, hoogmoedig gedroegen en niets deden voor de armen en de machtelozen.
Gerelateerd aan Genesis 18:20

Jeremia 14:7

‘HEER, al getuigen onze wandaden tegen ons, grijp toch in omwille van uw naam. Talloze malen waren wij u ontrouw, wij hebben tegen u gezondigd.
Gerelateerd aan Genesis 18:20

Genesis 13:13

de mensen daar waren slecht, ze zondigden zwaar tegen de HEER.
Gerelateerd aan Genesis 18:20

Jesaja 5:7

Israël is de wijngaard van de HEER van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda. Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht, hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting.