Gerelateerd aan Genesis 16:1

Gerelateerd aan Genesis 16:1

Galaten 4:24

(24-25) Dit is een beeld: de vrouwen staan voor twee verbonden. Hagar staat voor het verbond van de berg Sinai in Arabia, dat slaven baart. Als beeld van dat verbond belichaamt Hagar het huidige Jeruzalem, dat met zijn kinderen in slavernij leeft.
Gerelateerd aan Genesis 16:1

Genesis 21:21

Hij ging in de woestijn van Paran wonen, en zijn moeder koos een Egyptische vrouw voor hem uit.
Gerelateerd aan Genesis 16:1

Genesis 15:2

‘HEER, mijn God, ‘antwoordde Abram, ‘wat voor zin heeft het mij te belonen? Ik zal kinderloos sterven, en alles wat ik bezit zal het eigendom worden van Eliëzer uit Damascus.
Gerelateerd aan Genesis 16:1

Genesis 12:16

En vanwege haar werd Abram door de farao met geschenken overladen: hij kreeg schapen en geiten, runderen, ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen.
Gerelateerd aan Genesis 16:1

Lukas 1:7

Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd.
Gerelateerd aan Genesis 16:1

Richteren 13:2

In die tijd leefde er in de omgeving van Sora een zekere Manoach, die tot de stam Dan behoorde. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen.
Gerelateerd aan Genesis 16:1

Lukas 1:36

Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap,
Gerelateerd aan Genesis 16:1

Genesis 11:30

Sarai was onvruchtbaar, zij kreeg geen kinderen.
Gerelateerd aan Genesis 16:1

Genesis 25:21

Omdat Rebekka onvruchtbaar bleek, bad Isaak vurig voor haar tot de HEER, en de HEER verhoorde zijn gebed: Rebekka, zijn vrouw, werd zwanger.
Gerelateerd aan Genesis 16:1

Genesis 21:12

Maar God zei tegen hem: ‘Je hoeft je niet bezwaard te voelen vanwege de jongen of je slavin. Alles wat Sara je vraagt moet je doen, want alleen de nakomelingen van Isaak zullen gelden als jouw nageslacht.
Gerelateerd aan Genesis 16:1

Genesis 21:9

Sara zag dat de zoon die Abraham bij Hagar, haar Egyptische slavin, had gekregen, spottend lachte.