Gerelateerd aan Genesis 13:5-18
Gerelateerd aan Genesis 13:5
Genesis 25:27
Toen de jongens opgegroeid waren, werd Esau een uitstekend jager, iemand die altijd buiten was, terwijl Jakob een rustig man was, die het liefst bij de tenten bleef.
Gerelateerd aan Genesis 13:5
Jeremia 49:29
Roof hun tenten, geiten, schapen, neem alles mee wat ze bezitten. Maak hun kamelen buit, laat hen schreeuwen in paniek.
Gerelateerd aan Genesis 13:5
Genesis 4:20
Ada bracht Jabal ter wereld; hij werd de stamvader van hen die in tenten leven en vee houden.
Gerelateerd aan Genesis 13:6
Genesis 36:6
Met zijn vrouwen, zijn zonen en dochters en al zijn slaven en slavinnen, met zijn hele veestapel en alle bezittingen die hij in Kanaän verworven had, trok Esau naar een ander land, weg van zijn broer Jakob.
Gerelateerd aan Genesis 13:6
1 Timotheüs 6:9
Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan.
Gerelateerd aan Genesis 13:6
Prediker 5:10
(5:9) Wie van geld houdt, kan er niet genoeg van krijgen. Wie verzot op rijkdom is, is altijd op meer gewin belust. Ook dat is enkel leegte.
Gerelateerd aan Genesis 13:6
Lukas 12:17
en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan.
Gerelateerd aan Genesis 13:7
Genesis 12:6
trok Abram het land door tot aan de eik van More, bij Sichem. In die tijd werd het land bewoond door de Kanaänieten.
Gerelateerd aan Genesis 13:7
Genesis 26:20
Maar de herders uit Gerar maakten ruzie met Isaaks herders. ‘Dat water is van ons, ‘zeiden ze. Omdat hij daarover onenigheid met hen had gekregen, noemde hij die bron Esek.
Gerelateerd aan Genesis 13:7
1 Petrus 2:12
Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken.
Gerelateerd aan Genesis 13:7
Kolossensen 4:5
Gedraag u wijs tegenover buitenstaanders en benut iedere gelegenheid,
Gerelateerd aan Genesis 13:7
Genesis 34:30
Jakob maakte Simeon en Levi verwijten. ‘Jullie hebben mij in het ongeluk gestort, ‘zei hij, ‘want jullie hebben mij een slechte naam bezorgd bij de inwoners van dit land: de Kanaänieten en de Perizzieten. Ik heb maar een handjevol mannen, dus als ze met zijn allen tegen mij optrekken, zullen ze me verslaan en word ik met mijn hele familie vermoord.’
Gerelateerd aan Genesis 13:7
Titus 3:3
Ook wij waren eens onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei begeerten en lusten. Ons leven stond in het teken van boosaardigheid en afgunst, we verafschuwden en haatten elkaar.
Gerelateerd aan Genesis 13:7
1 Korinthe 3:3
want u bent nog gebonden aan de wereld. Wanneer u afgunstig en verdeeld bent, dan bent u toch gebonden aan de wereld, dan leeft u toch als ieder ander?
Gerelateerd aan Genesis 13:7
Genesis 21:25
Maar wel maakte hij Abimelech verwijten over een waterput die Abimelechs knechten zich hadden toegeëigend.
Gerelateerd aan Genesis 13:7
Jakobus 3:16
Waar jaloezie en egoïsme heersen, vieren wanorde en allerlei kwaad hoogtij.
Gerelateerd aan Genesis 13:7
Exodus 2:17
Maar er kwamen ook herders, die hen wilden wegjagen. Daarop schoot Mozes hun te hulp en gaf het vee te drinken.
Gerelateerd aan Genesis 13:7
Filippensen 2:14
Doe alles zonder morren en tegenspreken,
Gerelateerd aan Genesis 13:7
Galaten 5:20
afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit,
Gerelateerd aan Genesis 13:7
1 Thessalonicensen 4:12
opdat u een eerzaam leven zult leiden in de ogen van hen die niet tot de gemeente behoren, en u van niemand afhankelijk bent.
1
2
3
4
5
6
7