Gerelateerd aan Genesis 11:26
Gerelateerd aan Genesis 11:26
Jozua 24:2
sprak hij tot het volk: 'Dit zegt de HEER, de God van Israël: Jullie voorouders woonden lang geleden ten oosten van de Eufraat. Het waren Terach en zijn zonen Abraham en Nachor. Ze dienden andere goden.
Gerelateerd aan Genesis 11:26
Genesis 22:20
Enige tijd later ontving Abraham het bericht dat ook Milka, de vrouw van zijn broer Nachor, zonen had gekregen:
Gerelateerd aan Genesis 11:26
1 Kronieken 1:26
Serug, Nachor, Terach,
Gerelateerd aan Genesis 11:26
Genesis 12:4
(4-5) Abram ging uit Charan weg, zoals de HEER hem had opgedragen. Hij was toen vijfenzeventig jaar. Hij nam zijn vrouw Sarai mee en Lot, de zoon van zijn broer, en ook alle bezittingen die ze hadden verworven en de slaven en slavinnen die ze in Charan hadden verkregen. Zo gingen ze op weg naar Kanaän. Toen ze daar waren aangekomen,
Gerelateerd aan Genesis 11:26
Genesis 29:4
Jakob vroeg de herders: ‘Waar komen jullie vandaan, vrienden?’ ‘Uit Charan, ‘antwoordden ze.