Gerelateerd aan Genesis 11:1-9

Gerelateerd aan Genesis 11:1

Zefanja 3:9

Dan zal ik de lippen van de volken rein maken, zij zullen de naam van de HEER aanroepen, ze zullen hem dienen, zij aan zij.
Gerelateerd aan Genesis 11:1

Handelingen 2:6

Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.
Gerelateerd aan Genesis 11:1

Jesaja 19:18

Op die dag zullen er in Egypte vijf steden zijn waar men de taal van Kanaän spreekt en de HEER van de hemelse machten erkent; één ervan zal ‘Stad van de zon’ genoemd worden.
Gerelateerd aan Genesis 11:2

Genesis 10:10

De kern van zijn rijk werd gevormd door Babel, Uruk, Akkad en Kalne, in Sinear.
Gerelateerd aan Genesis 11:2

Genesis 14:1

Toen Amrafel koning van Sinear was, Arjoch koning van Ellasar, Kedorlaomer koning van Elam en Tidal koning van Goïm,
Gerelateerd aan Genesis 11:2

Daniel 1:2

De Heer leverde Jojakim, de koning van Juda, aan hem uit en gaf hem een deel van de voorwerpen van Gods tempel in handen. Hij nam ze mee naar Sinear, naar de tempel van zijn eigen god, en liet ze daar in de schatkamer zetten.
Gerelateerd aan Genesis 11:2

Zacharia 5:11

Hij antwoordde: 'Ze gaan er in Sinear een tempel voor bouwen, en wanneer die klaar is, wordt het daar op een voetstuk gezet.'
Gerelateerd aan Genesis 11:2

Jesaja 11:11

Op die dag heft de Heer opnieuw zijn hand op om de overlevenden van zijn volk vrij te kopen uit Assyrië en Egypte, uit Patros, Nubië en Elam, uit Sinear en Hamat, en van de eilanden in zee.
Gerelateerd aan Genesis 11:2

Genesis 13:11

Daarom koos Lot voor zichzelf de Jordaanvallei en trok in oostelijke richting. Zo gingen ze uiteen.
Gerelateerd aan Genesis 11:2

Genesis 11:9

Zo komt het dat die stad Babel heet, want daar bracht de HEER verwarring in de taal die op de hele aarde gesproken werd, en van daar verspreidde hij de mensen over de hele aarde.
Gerelateerd aan Genesis 11:3

Genesis 14:10

In de Siddimvallei waren talloze aardpekbronnen. Toen de koningen van Sodom en Gomorra moesten vluchten, kwamen ze daarin terecht. De anderen vluchtten het gebergte in.
Gerelateerd aan Genesis 11:3

Exodus 2:3

Toen ze geen kans zag haar zoon nog langer verborgen te houden, nam ze een mand van papyrus, bestreek die met pek en teer, legde het kind erin en zette de mand tussen het riet langs de oever van de Nijl.
Gerelateerd aan Genesis 11:3

Psalmen 64:5

(64:6) Ze wapenen zich met kwade woorden, overwegen het zetten van een val, en zeggen: 'Wie zou het zien?'
Gerelateerd aan Genesis 11:3

Jesaja 9:10

(9:9) ‘De gemetselde muren zijn ingestort, maar wij herbouwen met gehouwen steen; de vijgenbomen zijn geveld, maar wij planten ceders in hun plaats.’
Gerelateerd aan Genesis 11:3

2 Samuel 12:31

Ook de inwoners van de stad voerde hij weg, en hij stelde hen te werk in steengroeven en steenbakkerijen. Hetzelfde deed hij met alle andere steden van Ammon. Daarna keerde David met het hele leger naar Jeruzalem terug.
Gerelateerd aan Genesis 11:3

Genesis 11:4

Ze zeiden: ‘Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.’
Gerelateerd aan Genesis 11:3

Jakobus 5:1

En nu iets voor u, rijken! Weeklaag en jammer om de rampspoed die over u komt.
Gerelateerd aan Genesis 11:3

Genesis 11:7

Laten wij naar hen toe gaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan.
Gerelateerd aan Genesis 11:3

Nahum 3:14

Put maar water voor het beleg, versterk je vestingsteden! Treed de klei en stamp de leem, pak de steenvorm!
Gerelateerd aan Genesis 11:3

Hebreeën 10:24

Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen,
1
2
3
4
5
Volgende