SV
13Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.
14Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken;
15Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637