Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Johannes 10:18

Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen-dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Hebreeën 12:2

Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

1 Petrus 3:18

Ook Christus immers heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen. Naar het lichaam werd hij gedood maar naar de geest tot leven gewekt.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Romeinen 5:19

Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens alle mensen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van één mens alle mensen rechtvaardigen worden.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Mattheüs 26:39

Hij liep nog een stukje verder, knielde toen en bad diep voorovergebogen: ‘Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

1 Petrus 2:24

Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Jesaja 50:5

God, de HEER, heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Titus 2:14

Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle zonde vrij te kopen, ons te reinigen en ons tot zijn volk te maken, dat vol ijver is om het goede te doen.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

2 Korinthe 8:9

Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Galaten 3:13

Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: 'Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.'
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Hebreeën 5:5

Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen hem zei: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.’
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Handelingen 8:33

Hij werd vernederd en hem werd geen recht gedaan, wie zal van zijn nakomelingen verhalen? Want op aarde leeft hij niet meer.’
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Johannes 12:28

Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Spreuken 15:33

Wie ontzag heeft voor de HEER wint aan wijsheid, bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Johannes 15:10

je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Deuteronomium 21:23

dan moet u zijn lijk voor het einde van de dag begraven en het daar niet ‘s nachts nog laten hangen; anders maakt u het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied geeft onrein. Want op een gehangene rust Gods vloek.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Psalmen 40:6

(40:7) Offers en gaven verlangt u niet, brand- en reinigingsoffers vraagt u niet. Nee, u hebt mijn oren voor u geopend
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Psalmen 22:16

(22:17) Honden staan om mij heen, een woeste bende sluit mij in, zij hebben mijn handen en voeten doorboord.
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Johannes 14:31

maar zo zal de wereld weten dat ik de Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen. Kom, laten we hier weggaan.’
Gerelateerd aan Filippensen 2:8

Hebreeën 10:7

Toen heb ik gezegd: “Hier ben ik, ”want dit staat in de boekrol over mij geschreven: “Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”’
1
2
Volgende