Gerelateerd aan Filippensen 2:27, 30

Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Psalmen 34:19

(34:20) Al blijft de rechtvaardige niets bespaard, de HEER zal hem steeds weer bevrijden.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

2 Korinthe 2:7

u kunt hem nu maar beter vergeven en bemoedigen, anders verliest hij nog alle hoop.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Filippensen 2:30

hij heeft immers door zijn werk voor Christus oog in oog met de dood gestaan. Hij heeft zijn leven op het spel gezet om mij de hulp te geven die u niet kon bieden.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

1 Korinthe 10:13

U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Johannes 11:3

De zusters stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Jeremia 10:24

Straf mij, HEER, maar doe het rechtvaardig, niet uit woede, vaag mij niet weg.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Prediker 9:1

Ik vestigde mijn aandacht op het volgende en heb het onderzocht: Wat de wijzen en rechtvaardigen tot stand brengen, is in de hand van God. Ook hun liefde, ook hun haat. Geen mens kan in de toekomst zien.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Psalmen 30:1

Een psalm. Een lied bij de inwijding van de tempel. Van David. (30:2) Hoog wil ik u prijzen, HEER, want u hebt mij gered en mijn vijand geen reden gegeven tot vreugde.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Jesaja 27:8

Door hen uiteen te jagen en te verstrooien heeft hij een rechtsgeding tegen hen gevoerd, met een verschroeiende wind uit het oosten heeft hij hen verdreven.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Jeremia 45:3

Je hebt gezegd: “Wee mij, de HEER heeft mijn leed met leed vermeerderd, moe ben ik van zuchten, rust vond ik niet.”
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Psalmen 103:3

Hij vergeeft u alle schuld, hij geneest al uw kwalen,
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

2 Koningen 20:1

Omstreeks dezelfde tijd werd Hizkia dodelijk ziek. De profeet Jesaja, de zoon van Amos, kwam naar hem toe en zei: 'Dit zegt de HEER: Maak je laatste wilsbeschikking op, want je sterft. Je zult niet meer beter worden.'
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Psalmen 107:18

ze gruwden van elk voedsel en waren de poorten van de dood nabij.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Handelingen 9:37

Maar juist in die tijd werd ze ziek en stierf. Ze werd gewassen en in het bovenvertrek opgebaard.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Habakuk 3:2

HEER, ik heb uw aankondiging gehoord. Voor wat u gaat doen, HEER, heb ik ontzag. Breng het in deze tijd tot stand, maak het in deze tijd bekend, maar toon uw mededogen als het tumult losbarst.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Handelingen 9:39

Petrus ging meteen met hen mee. Na zijn aankomst werd hij naar het bovenvertrek gebracht, waar de weduwen om hem heen kwamen staan en hem huilend de tunica’s en mantels lieten zien die Dorkas nog maar pas gemaakt had.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Jeremia 8:18

‘Mijn lach versluiert mijn verdriet, mijn hart is ziek.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Jesaja 43:2

Moet je door het water gaan-ik ben bij je; of door rivieren-je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan-het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Jesaja 38:17

Zo heeft mijn bittere lot mij vrede gebracht. U hebt mij behoed voor het zinloze graf, u hebt mijn zonden weggedaan.
Gerelateerd aan Filippensen 2:27

Job 5:19

Zesmaal zal hij je redden in gevaar, ook de zevende maal zal je niets overkomen.
1
2
Volgende