Gerelateerd aan Filippensen 1:17
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
2 Timotheüs 1:11
Van dit evangelie ben ik verkondiger, apostel en leraar;
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
Filippensen 2:3
Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
1 Korinthe 9:16
Dat ik verkondig is niet iets om me op te laten voorstaan. Ik kan niet anders, en het zou me slecht vergaan als ik het niet zou doen.
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
Filippensen 1:7
Het spreekt vanzelf dat ik zo over u denk, want u allen ligt me na aan het hart. U hebt immers allen deel aan de genade die mij geschonken is, of ik nu gevangen zit of de waarheid van het evangelie verdedig.
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
Romeinen 1:13
U moest eens weten, broeders en zusters, hoe vaak ik me heb voorgenomen naar u toe te komen, om net als bij de andere volken ook bij u vruchtbaar werk te doen. Maar ik was tot nu toe steeds verhinderd.
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
2 Timotheüs 4:6
Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert.
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
Lukas 21:14
Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden.
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
Handelingen 26:24
Toen Paulus dat tot zijn verdediging aanvoerde, riep Festus: ‘U slaat wartaal uit, Paulus! Het vele studeren drijft u tot waanzin!’
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
1 Timotheüs 2:7
Om dit te verkondigen ben ik als apostel aangesteld. Ik spreek de waarheid, ik lieg niet-ik ben aangesteld als leraar voor de heidenen om hun het geloof en de waarheid te onderwijzen.
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
Handelingen 22:1
‘Broeders, zusters, en u, leden van het Sanhedrin, luister naar wat ik tot mijn verdediging heb aan te voeren.’
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
2 Timotheüs 4:16
Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, ze hebben mij allemaal in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend.
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
Galaten 2:7
Integendeel, toen ze inzagen dat mij de verkondiging onder de heidenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus de verkondiging onder de besnedenen
Gerelateerd aan Filippensen 1:17
Handelingen 26:1
Agrippa zei tegen Paulus: ‘U mag uw zaak bepleiten.’ Paulus hief zijn hand op en verdedigde zich als volgt: