Gerelateerd aan Ezra 4:15

Gerelateerd aan Ezra 4:15

Ezra 4:12

Het zij de koning bekend dat de Judeeërs die bij u zijn weggegaan bij ons in Jeruzalem zijn aangekomen, en dat zij deze opstandige en slechte stad aan het herbouwen zijn: ze herstellen de muren en repareren de fundamenten.
Gerelateerd aan Ezra 4:15

Esther 3:5

Toen Haman te weten kwam dat Mordechai niet voor hem knielde of boog, werd hij woedend,
Gerelateerd aan Ezra 4:15

Nehemia 6:6

met de volgende inhoud: 'Onder de bevolking gaat het verhaal-en Gesem bevestigt het-dat u met de Joden een opstand voorbereidt en dat u daarom de muur opbouwt. Volgens dezelfde bron zou u hun koning willen worden
Gerelateerd aan Ezra 4:15

2 Koningen 25:4

werd er een bres in de stadsmuur geslagen. Hoewel de Chaldeeën rondom de stad lagen, wisten alle soldaten 's nachts te ontkomen via de poort tussen de beide stadsmuren die uitkwam op de tuin van de koning. De koning vluchtte in de richting van de Jordaanvallei,
Gerelateerd aan Ezra 4:15

Nehemia 2:19

Toen Sanballat uit Bet-Choron, Tobia, zijn Ammonitische dienaar, en de Arabier Gesem dit hoorden, begonnen zij ons uit te lachen en te beschimpen: 'Wat zijn jullie hier aan het doen? Komen jullie soms tegen de koning in opstand?'
Gerelateerd aan Ezra 4:15

Daniel 6:4

(6:5) Daarom probeerden de rijksbestuurders en satrapen in Daniëls bewind iets te vinden om hem voor aan te klagen, maar zij konden geen grond voor een aanklacht vinden of hem op een misstap betrappen, want hij was betrouwbaar en hij had nooit zijn plicht verzuimd of een misstap begaan.
Gerelateerd aan Ezra 4:15

2 Koningen 24:20

De HEER was zo woedend op Jeruzalem en Juda dat hij ze uiteindelijk verstootte. Sedekia kwam tegen de koning van Babylonië in opstand.
Gerelateerd aan Ezra 4:15

Jeremia 52:3

De HEER was zo woedend op Jeruzalem en Juda dat hij ze uiteindelijk verstootte. Sedekia kwam tegen de koning van Babylonië in opstand.
Gerelateerd aan Ezra 4:15

Handelingen 17:6

maar toen ze hen daar niet aantroffen, sleepten ze Jason en enkele andere leerlingen mee naar de stadsprefecten, tegen wie ze schreeuwden: ‘De mensen die in het hele rijk de orde verstoren, zijn nu ook hier gekomen,