Gerelateerd aan Ezra 1:5-6

Gerelateerd aan Ezra 1:5

Ezra 1:1

In het eerste regeringsjaar van Cyrus, de koning van Perzië, ging in vervulling wat de HEER Jeremia had laten aankondigen. Hij zette de koning ertoe aan om in zijn hele koninkrijk mondeling en ook schriftelijk het volgende besluit bekend te laten maken:
Gerelateerd aan Ezra 1:5

2 Kronieken 36:22

In het eerste regeringsjaar van Cyrus, de koning van Perzië, ging in vervulling wat de HEER Jeremia had laten aankondigen. Hij zette de koning ertoe aan om in zijn hele koninkrijk mondeling en ook schriftelijk het volgende besluit bekend te laten maken:
Gerelateerd aan Ezra 1:5

Filippensen 2:13

want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt.
Gerelateerd aan Ezra 1:5

Spreuken 16:1

Een mens stelt zich veel vragen, de HEER geeft het antwoord.
Gerelateerd aan Ezra 1:5

2 Korinthe 8:16

Ik dank God dat hij Titus net zo enthousiast over u heeft gemaakt als ik ben.
Gerelateerd aan Ezra 1:5

Jakobus 1:16

Geliefde broeders en zusters, vergis u niet:
Gerelateerd aan Ezra 1:5

Nehemia 2:12

trok ik er met enkele mannen in de nacht op uit. Ik had niemand verteld welke plannen mijn God mij voor Jeruzalem had ingegeven, en het enige dier dat ik bij me had, was het dier waarop ik reed.
Gerelateerd aan Ezra 1:5

3 Johannes 1:11

Geliefde broeder, volg niet het kwade na maar het goede. Wie goed doet komt uit God voort; wie kwaad doet heeft God niet gezien.
Gerelateerd aan Ezra 1:6

Ezra 8:25

In hun aanwezigheid woog ik het zilver, het goud en het tempelgerei. Dit alles was als bijdrage voor de tempel van onze God aangeboden door de koning en zijn raadgevers en rijksgroten, en door alle Israëlieten die zich in Babylonië bevonden.
Gerelateerd aan Ezra 1:6

Ezra 8:33

Op de vierde dag werden het zilver, het goud en de voorwerpen gewogen in de tempel van onze God en ter hand gesteld aan de priester Meremot, de zoon van Uria, en aan Elazar, de zoon van Pinechas, met in hun gezelschap de Levieten Jozabad, de zoon van Jesua, en Noadja, de zoon van Binnuï.
Gerelateerd aan Ezra 1:6

Ezra 1:4

Allen die hier nog als vreemdeling verblijven, waar zij zich ook mogen bevinden, dienen van hun medeburgers ondersteuning te krijgen in de vorm van zilver, goud, goederen en vee. Dit komt boven op de vrijwillige gaven voor de tempel van de God die in Jeruzalem woont.'
Gerelateerd aan Ezra 1:6

Ezra 7:15

Ook moet u er het zilver en goud brengen dat de koning en zijn raadgevers vrijwillig hebben geschonken aan de God van Israël die in Jeruzalem woont,
Gerelateerd aan Ezra 1:6

2 Korinthe 9:7

Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft.
Gerelateerd aan Ezra 1:6

Psalmen 110:3

Uw volk staat klaar op de dag dat u ten strijde trekt. Op de heilige bergen, uit de schoot van de dageraad, komt tot u de dauw van uw jeugd.