Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Ezechiel 33:21

Op de vijfde dag van de tiende maand van het twaalfde jaar van onze ballingschap kwam er een vluchteling uit Jeruzalem bij me die zei: 'De stad is gevallen!'
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Ezechiel 3:22

Op die plaats werd ik opnieuw door de hand van de HEER gegrepen, en hij zei tegen mij: 'Sta op, ga naar buiten, naar het dal, want daar wil ik met je spreken.'
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Ezechiel 37:1

Ik werd opnieuw door de hand van de HEER gegrepen. Zijn geest voerde mij mee en hij zette mij neer in een dal vol beenderen.
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Ezechiel 32:17

Op de vijftiende dag van die maand, in het twaalfde jaar, richtte de HEER zich tot mij. Hij zei:
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Ezechiel 32:1

Op de eerste dag van de twaalfde maand in het twaalfde jaar richtte de HEER zich tot mij:
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Ezechiel 3:14

De geest hief mij op en voerde mij weg. Bitter gestemd en ontdaan ging ik mee; de hand van de HEER had mij vastgegrepen.
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Ezechiel 1:2

(2-3) (Op de vijfde dag van die maand, en wel in het vijfde jaar van koning Jojachins ballingschap, richtte de HEER zich tot de priester Ezechiël, de zoon van Buzi, in het land van de Chaldeeën, bij het Kebarkanaal. Daar werd hij door de hand van de HEER gegrepen.)
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Jeremia 39:1

-in het negende regeringsjaar van koning Sedekia van Juda, in de tiende maand, kwam koning Nebukadnessar van Babylonië met heel zijn leger bij Jeruzalem aan en sloeg het beleg voor de stad;
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Jeremia 52:1

Sedekia was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Chamutal, een dochter van Jirmeja, uit Libna.
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Ezechiel 11:24

In het visioen dat God mij had gegeven, tilde de geest mij weer op en werd ik naar de ballingen in het land van de Chaldeeën gebracht. Daar verliet het visioen mij,
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Ezechiel 29:17

Op de eerste dag van de eerste maand in het zevenentwintigste jaar richtte de HEER zich tot mij:
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Ezechiel 8:1

In het zesde jaar, op de vijfde dag van de zesde maand, toen ik in mijn huis zat met de oudsten van Juda tegenover me, werd ik opnieuw gegrepen door de hand van God, de HEER.
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

2 Koningen 25:1

In het negende jaar van zijn regering, op de tiende dag van de tiende maand, kwam Nebukadnessar, de koning van Babylonië, met heel zijn leger bij Jeruzalem aan. Hij sloeg er zijn kamp op en wierp een wal op rondom de stad.
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Exodus 12:41

na precies vierhonderddertig jaar-geen dag eerder of later-trok het volk van de HEER, in groepen geordend, uit Egypte weg.
Gerelateerd aan Ezechiel 40:1

Openbaring 1:10

Op de dag van de Heer raakte ik in vervoering. Ik hoorde achter me een luide stem, die klonk als een bazuin