Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
Ezechiel 29:4
Ik zal haken door je kaak slaan en de vissen van de Nijl aan je schubben laten kleven. Ik haal je omhoog uit je waterstromen, en alle vissen van de Nijl zullen aan je schubben kleven.
Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
Ezechiel 38:15
Dan komen jij en je vele bondgenoten uit je woonplaats in het uiterste noorden, al die mannen te paard, die grote menigte, dat talrijke leger.
Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
Daniel 11:40
In de eindtijd zal de koning van het Zuiden met hem in botsing komen en de koning van het Noorden zal hem bestormen met wagens en ruiters en talloze schepen. Hij zal landen binnenvallen en er als een vloedgolf doorheen razen.
Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
Ezechiel 39:2
Ik kom je halen, ik sleep je mee, ik laat je uit het uiterste noorden komen en breng je naar de bergen van Israël.
Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
2 Koningen 19:28
ik zie je zelfgenoegzaamheid, je razernij is tot mijn oren doorgedrongen. Ik sla mijn haak door je neus en leg mijn bit in je mond en voer je op je schreden terug.
Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
Jeremia 46:9
Bestijg de paarden! Jaag de wagens voort! Helden, werp je in de strijd! Nubiërs, Libiërs, hef de schilden! Span de bogen, Lydiërs!”
Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
Ezechiel 23:12
Ook zij verlangde naar de Assyriërs, naar hun gouverneurs en stadhouders, hun schitterende krijgers, hun ruiters te paard, naar al die aantrekkelijke jongemannen.
Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
Jesaja 37:29
ik zie je zelfgenoegzaamheid, je razernij is tot mijn oren doorgedrongen. Ik sla mijn haak door je neus en leg mijn bit in je mond en voer je op je schreden terug.
Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
2 Kronieken 25:5
Amasja ontbood de mannen van Juda. Hij liet heel Juda en Benjamin per familie aantreden, in eenheden van duizend en van honderd man, elk met een eigen aanvoerder. Na telling van alle mannen van twintig jaar en ouder bleek hij te beschikken over een gevechtsklare legermacht van driehonderdduizend voortreffelijke krijgers, bewapend met lansen en grote schilden.
Gerelateerd aan Ezechiel 38:4
1 Kronieken 12:8
(12:9) Ook uit de stam Gad sloten zich dappere, ervaren krijgslieden bij David aan toen hij zich in rotsholen in de woestijn verschanst hield. Zij waren uitgerust met grote schilden en lansen. Ze waren vervaarlijk als leeuwen en snel als gazellen in de bergen.