Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Psalmen 44:13

(44:14) U hebt ons het mikpunt van spot gemaakt, onze naburen smaden en honen ons,
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Klaagliederen 2:15

Allen die voorbijgaan wringen de handen als ze jou zien; ze sissen van afschuw, schudden meewarig het hoofd over Jeruzalem: ‘Is dit nu die stad, volmaakt van schoonheid, vreugde voor de wereld?’
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Jeremia 18:16

Zo werd het land een woestenij, een voorwerp van blijvende afschuw. Ieder die voorbijkomt huivert, schudt vol ontzetting het hoofd.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Daniel 9:16

Heer, u bent rechtvaardig, bevrijd toch uw stad Jeruzalem, uw heilige berg, van uw hevige toorn; want om onze zonden en om de overtredingen van onze voorouders worden Jeruzalem en uw volk te schande gemaakt bij alle volken om ons heen.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Spreuken 1:12

we verslinden ze met huid en haar, zoals het dodenrijk de levenden verslindt, het graf de doden opslokt.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Klaagliederen 2:5

De Heer was een vijand voor hen: hij verwoestte Israël. Hij heeft de paleizen verwoest, de vestingen vernietigd. Hij heeft in heel Juda de jammerklachten vermeerderd.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Psalmen 79:10

Waarom mogen de volken zeggen: 'Waar is nu hun God?' Laat de volken weten, laat ons het zien, dat het bloed van uw dienaren wordt gewroken.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Psalmen 35:25

laat hen niet kunnen denken: 'Dit is wat we wilden.' Laat hen niet kunnen zeggen: 'We hebben hem verslonden.'
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Deuteronomium 28:37

U zult voor de inwoners van al die landen waarheen de HEER u verbant een schrikbeeld zijn, en een doelwit voor hun spotwoorden en schimpscheuten.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Job 30:1

Maar nu bespotten ze mij, mannen die minder jaren tellen dan ik, zonen van vaders die zelfs de honden van mijn kudden onwaardig waren!
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Klaagliederen 2:2

De Heer heeft Jakobs weidegrond meedogenloos verwoest, hij heeft in zijn woede de vestingen van Juda vernietigd, hij heeft het koninkrijk vernederd en zijn leiders onteerd.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Jeremia 24:9

Ik maak hen tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde. Ze zullen te schande staan en het mikpunt zijn van hoon en spot, hun namen zullen als een vloek worden gebruikt, overal waarheen ik hen verdrijf.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

1 Korinthe 4:13

worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Psalmen 35:15

Maar toen ik dreigde te vallen, verheugden zij zich, ze liepen te hoop en sloegen me onverwachts neer, ze hadden me willen verscheuren,
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Psalmen 69:12

(69:13) In de stadspoort wordt over mij gepraat, en de liedjes van drinkers spotten met mij.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Jeremia 33:24

‘Heb je gehoord wat de mensen zeggen? “De HEER heeft de twee volken die hij had uitgekozen, verworpen.” Ze schrijven mijn volk af en zien het niet langer als een volk.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Psalmen 61:1

Voor de koorleider. Bij snarenspel. Van David. (61:2) Hoor, o God, mijn smeken, sla acht op mijn gebed,
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Jeremia 51:34

“Koning Nebukadnessar van Babylonië heeft mij in stukken gereten, opgevreten. Hij heeft van mij een lege schotel gemaakt. Als een krokodil heeft hij me opgeslokt. Hij heeft zijn buik gevuld met mijn beste vlees en me daarna weggegooid, ” zegt Israël.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Jeremia 39:1

-in het negende regeringsjaar van koning Sedekia van Juda, in de tiende maand, kwam koning Nebukadnessar van Babylonië met heel zijn leger bij Jeruzalem aan en sloeg het beleg voor de stad;
Gerelateerd aan Ezechiel 36:3

Jeremia 41:1

In de zevende maand kwam Jismaël, de zoon van Netanja, de zoon van Elisama, een hoge ambtenaar die tot de koninklijke familie behoorde, samen met tien mannen naar Mispa en bezocht Gedalja, de zoon van Achikam, de zoon van Safan. Terwijl ze een maaltijd hielden,
1
2
Volgende