Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Ezechiel 37:27

Bij hen zal ik wonen; ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Ezechiel 37:23

Ze zullen zich niet meer verontreinigen met hun afgoden en hun afschuwelijke misdaden, ik zal hen van hun zondige ontrouw redden en hen reinigen. Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Ezechiel 11:20

Dan zullen ze mijn wetten gehoorzamen en mijn regels in acht nemen. Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Ezechiel 28:25

Dit zegt God, de HEER: Ik zal het volk van Israël bijeenbrengen vanuit de landen waarheen het is verstrooid-zo zal ik alle volken laten zien dat ik heilig ben. De Israëlieten zullen weer wonen in hun eigen land, het land dat ik aan mijn dienaar Jakob heb gegeven.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Jeremia 32:38

Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Jeremia 31:33

Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten-spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Ezechiel 37:25

Ze zullen wonen in het land dat ik aan mijn dienaar Jakob gegeven heb, het land van jullie voorouders. Zij en hun kinderen en de kinderen van hun kinderen zullen daar voor altijd wonen, en mijn dienaar David zal voor altijd hun vorst zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Ezechiel 14:11

Dan zal het volk van Israël zich niet meer van mij afkeren, en ze zullen niet meer onrein worden door hun wandaden. Dan zullen zij mijn volk zijn en ik zal hun God zijn-zo spreekt God, de HEER."'
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Mattheüs 22:32

“Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.” Hij is geen God van doden, maar van levenden.’
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Jeremia 30:22

Jullie zullen mijn volk zijn, en ik zal jullie God zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

2 Korinthe 6:16

Wat heeft de tempel van God met afgoden te maken? Wijzelf zijn de tempel van de levende God, zoals God heeft gezegd: 'Ik zal bij hen wonen en in hun midden verkeren, ik zal hun God zijn en zij mijn volk.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Hooglied 6:3

Ik ben van mijn lief, en mijn lief is van mij. Hij weidt tussen de lelies.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Openbaring 21:3

Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: 'Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Hosea 1:10

(2:1) Maar eens zullen de kinderen van Israël talrijk zijn als zandkorrels aan de zee, die niet te meten en niet te tellen zijn. En waar tegen hen gezegd is: 'Jullie zijn mijn volk niet meer, 'zullen ze weer kinderen van de levende God worden genoemd.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Hebreeën 8:10

Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met het volk van Israël zal sluiten-spreekt de Heer: In hun verstand zal ik mijn wetten leggen en in hun hart zal ik ze neerschrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Openbaring 21:7

Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Zacharia 13:9

Dat deel zal ik louteren in het vuur: ik zal hen smelten als zilver en zuiveren als goud. Zij zullen mijn naam aanroepen en ik zal antwoorden. Ik zal zeggen: 'Dit is mijn volk, 'en zij zullen zeggen: 'De HEER is onze God.'
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Ezechiel 36:10

Ik zal veel mensen op je laten wonen, heel het volk van Israël, en de steden zullen weer worden bewoond, de puinhopen weer worden opgebouwd.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Ezechiel 39:28

Ze zullen beseffen dat ik, de HEER, hun God ben: ik heb hen over de hele wereld in ballingschap gestuurd en ik breng hen ook weer naar hun eigen land terug; ik zal niemand achterlaten.
Gerelateerd aan Ezechiel 36:28

Hebreeën 11:16

Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter vaderland: het hemelse. Daarom schaamt God zich er niet voor hun God genoemd te worden en heeft hij voor hen een stad gereedgemaakt.