Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Ezechiel 36:5

Dit zegt God, de HEER: In het vuur van mijn hartstocht klaag ik Edom en al die andere volken aan. Hun hart was vol vreugde en hun ziel vol verachting toen ze mijn land in bezit namen en er de weidegronden buitmaakten."
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Ezechiel 48:35

De omtrek van de stad bedraagt 18.000 el. Voortaan heet de stad: 'De HEER is daar!'
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Psalmen 48:1

Een lied, een psalm van de Korachieten. (48:2) Groot is de HEER, hem komt alle lof toe. In de stad van onze God, op zijn heilige berg
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Zefanja 3:15

De HEER heeft het vonnis over jou tenietgedaan en je vijand verdreven. De HEER, de koning van Israël, is in je midden, je hebt geen kwaad meer te vrezen.
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Zacharia 2:5

(2:9) Ik zal zelf rondom de stad een muur van vuur zijn-spreekt de HEER -en haar met mijn luister vullen.'
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Jesaja 12:6

Jubel en juich, inwoners van Sion, want groot is de Heilige van Israël, die in jullie midden woont.’
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Ezechiel 36:2

Dit zegt God, de HEER: Vol leedvermaak heeft de vijand geroepen: 'Die oeroude bergen zijn nu van ons!'"
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Obadja 1:13

Die dag had je de poorten van de stad niet binnen mogen gaan, je had je op die dag van onheil niet mogen verlustigen in het kwaad dat mijn volk werd aangedaan, en op die dag van ongeluk had je je niet mogen vergrijpen aan hun bezittingen.
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Psalmen 132:13

De HEER heeft Sion verkozen en als woonplaats begeerd:
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Psalmen 83:4

(83:5) en zeggen: 'Kom, wij verdelgen dit volk, Israëls naam zal nooit meer worden genoemd.'
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Jesaja 31:9

Verlamd van angst verliest de rots zijn kracht, zijn aanvoerders strijken ontzet het vaandel- zo spreekt de HEER, wiens vuur brandt in Sion, wiens oven laait in Jeruzalem.
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Jeremia 49:1

‘Dit zegt de HEER over de Ammonieten: Heeft Israël geen eigen zonen, heeft het zelf geen erfgenamen? Hoe kon de god Milkom dan Gad verjagen, waarom woont zijn volk nu in de steden van die stam?
Gerelateerd aan Ezechiel 35:10

Psalmen 76:1

Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm van Asaf, een lied. (76:2) Vermaard is God in Juda, groot is zijn naam in Israël.