Gerelateerd aan Ezechiel 33:30

Gerelateerd aan Ezechiel 33:30

Mattheüs 15:8

“Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij;
Gerelateerd aan Ezechiel 33:30

Jeremia 23:35

Vraag elkaar liever: “Wat heeft de HEER geantwoord, ”of: “Wat heeft de HEER gezegd?”
Gerelateerd aan Ezechiel 33:30

Jesaja 58:2

Zeker, ze zoeken mij dag aan dag, vol verlangen om te ontdekken wat ik wil, zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het recht van zijn goden niet verzaakt. En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften en verlangen naar Gods nabijheid.
Gerelateerd aan Ezechiel 33:30

Jesaja 29:13

De Heer zegt: Omdat dit volk mij naar de mond praat, mij slechts met de lippen dient, terwijl hun hart ver bij mij vandaan is; omdat hun ontzag voor mij louter plicht is, slechts aangeleerd en door mensen opgelegd-
Gerelateerd aan Ezechiel 33:30

Mattheüs 22:16

Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal Herodianen naar hem toe, met de vraag: ‘Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen.
Gerelateerd aan Ezechiel 33:30

Jeremia 42:1

De bevelhebbers van het leger, onder wie Jochanan, de zoon van Kareach, en Jezanja, de zoon van Hosaäja, kwamen met de andere Judeeërs, van jong tot oud, naar de profeet Jeremia
Gerelateerd aan Ezechiel 33:30

Jeremia 42:20

U vergist u, en zet daarmee uw leven op het spel. Want u hebt mij eerst gevraagd: “Bid voor ons tot de HEER, onze God. Vertel ons alles wat hij zegt, en wij zullen het doen.”
Gerelateerd aan Ezechiel 33:30

Jeremia 11:18

De HEER onthulde mij een plan waar ik geen weet van had; hij liet mij zien wat de mannen uit Anatot in de zin hadden.
Gerelateerd aan Ezechiel 33:30

Jeremia 18:18

‘Ze zeiden: “Laten we iets tegen Jeremia ondernemen. Want het onderricht van onze priesters, de raad van onze wijzen, de verkondiging van onze profeten zullen allerminst verdwijnen. Kom, we brengen hem in opspraak, we schenken aan zijn woorden niet langer gehoor.”