Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Zefanja 2:8
Ik heb de hoon van Moab gehoord en de spot van Ammon, ik heb gehoord hoe ze mijn volk hoonden en zijn gebied bedreigden.
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Obadja 1:12
Die dag had je je niet mogen verlustigen in de rampspoed die je broeder trof, je had je niet mogen verheugen over de ondergang van het volk van Juda, en op die dag van angst had je hen niet mogen bespotten.
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Zefanja 2:10
Dat is het loon voor de hoogmoed waarmee ze het volk van de HEER van de hemelse machten hebben gehoond en bedreigd!
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Job 27:23
Zijn ondergang wordt met gejoel begroet, waar hij vroeger woonde wordt hij nagefloten.'
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Ezechiel 6:11
Dit zegt God, de HEER: Sla in woede je handen op elkaar, stamp met je voeten en roep ach en wee over het gruwelijke wangedrag van de Israëlieten; zij zullen sterven door het zwaard, de honger en de pest.
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Nahum 3:19
Er is geen verzachting voor je wond, je letsel is niet te genezen. Wie hoort wat er met jou gebeurt, klapt in zijn handen, want wie heeft niet voortdurend geleden onder jouw wreedheid?
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Ezechiel 36:5
Dit zegt God, de HEER: In het vuur van mijn hartstocht klaag ik Edom en al die andere volken aan. Hun hart was vol vreugde en hun ziel vol verachting toen ze mijn land in bezit namen en er de weidegronden buitmaakten."
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Ezechiel 25:15
Dit zegt God, de HEER: De Filistijnen zijn wraakzuchtig geweest, ze hebben zich vol minachting gewroken; gedreven door een eeuwigdurende haat hebben ze verwoestingen aangericht.
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Ezechiel 35:15
zoals jij je verheugde toen het land van het volk van Israël verwoest werd. Jou, Seïrgebergte, zal ik hetzelfde aandoen: een woestenij zul je zijn, jij en de rest van Edom: ze zullen weten dat ik de HEER ben."
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Job 34:37
Hij voegt zonde toe aan zonde, hij is opstandig waar wij bij zijn en spreekt zich keer op keer uit tegen God."'
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Nehemia 4:3
(3:35) En Tobia uit Ammon, die naast hem stond, zei: 'Hoe ze ook hun best doen bij het bouwen, er hoeft maar een vos op die stenen muur van hen te klimmen of hij stort al in.'
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Jeremia 48:27
Moab, heb je Israël niet altijd uitgelachen, gehoond als een betrapte dief? Wees je het niet spottend na?
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Zefanja 2:15
Dat is er over van die vrolijke stad, de stad die zo onbezorgd leefde, die dacht: Ik, en ik alleen! Ach, wat een wildernis is ze geworden, een rustplaats voor wilde dieren. Wie er voorbij komt sist tussen zijn tanden en gebaart vol afschuw met zijn hand.
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Klaagliederen 2:15
Allen die voorbijgaan wringen de handen als ze jou zien; ze sissen van afschuw, schudden meewarig het hoofd over Jeruzalem: ‘Is dit nu die stad, volmaakt van schoonheid, vreugde voor de wereld?’
Gerelateerd aan Ezechiel 25:6
Spreuken 24:17
Verheug je niet over de val van je vijand, juich niet als hij ten onder gaat.