Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Jeremia 39:8
De Chaldeeën staken het koninklijk paleis en de huizen van de bevolking in brand, en ze haalden de muren van Jeruzalem neer.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Ezechiel 24:21
tegen het volk van Israël te zeggen: "Dit zegt God, de HEER: Ik ga mijn heiligdom ontwijden, de plaats waaraan jullie je trots en kracht ontlenen, jullie liefste bezit, de plaats waarnaar jullie hart verlangt. De zonen en dochters die jullie daar achtergelaten hebben, zullen vallen door het zwaard.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Ezechiel 16:40
Dan zullen ze een mensenmassa op je afsturen die je zal stenigen en met zwaarden op je in zal hakken.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Ezechiel 23:25
Ik zal je mijn toorn laten voelen: zij zullen zich woedend op je storten en je neus en je oren afsnijden, en wat er van je over is valt ten prooi aan het zwaard. Ze zullen je zonen en dochters wegvoeren, en wat er dan nog van je over is wordt door het vuur verteerd.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
2 Kronieken 36:17
Toen stuurde hij de koning van de Chaldeeën op hen af, die hun uitgelezen mannen ombracht in hun heilige tempel. Niemand werd gespaard; jonge mannen en vrouwen, oude mensen en ook hoogbejaarden werden aan de koning uitgeleverd.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Ezechiel 24:6
Daarom-dit zegt God, de HEER: Wee de bloedstad! Een pot met aangekoekt vuil is zij, een pot waar het vuil niet vanaf gaat; haal de stukken vlees er een voor een uit-er is geen lot op de stad gevallen.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Ezechiel 23:29
Zij zullen jou haten, je alles afnemen wat je hebt vergaard en je helemaal naakt achterlaten; je schaamteloze naaktheid, je overspel en je schandelijk gedrag zullen voor iedereen zichtbaar zijn.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Jeremia 33:4
Dit zegt de HEER, de God van Israël, over de huizen van deze stad en het paleis van de koningen van Juda, die worden afgebroken om een bolwerk op te werpen tegen de belegeringswallen en het aanvalsgeweld,
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Deuteronomium 13:16
(13:17) en alle goederen van de stad moeten op het plein bijeengebracht worden. Daarna moet u de stad en de goederen in brand steken, als een brandoffer voor de HEER, uw God. De stad wordt zo voor eeuwig tot een ruïne gemaakt, ze mag nooit meer herbouwd worden.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Jeremia 52:13
Hij stak de tempel van de HEER in brand, en ook het koninklijk paleis en alle andere huizen van Jeruzalem; alle huizen van de welgestelden gingen in vlammen op.
Gerelateerd aan Ezechiel 23:47
Ezechiel 9:6
Oude mensen, jonge mannen en vrouwen, moeders en kinderen-jullie moeten ze allemaal ombrengen, behalve de mensen die het merkteken dragen. Begin bij mijn heiligdom.' En ze begonnen bij de zeventig oudsten, die voor de tempel stonden.