Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Ezechiel 26:17

Ze zullen dit klaaglied over je zingen: "Ach, hoe ben je te gronde gegaan! Jij, eens vanuit de zeeën bevolkt, roemrijke stad, burcht in de zee, jij en je bewoners zaaiden overal angst.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

2 Koningen 24:6

Toen hij bij zijn voorouders te ruste ging, volgde zijn zoon Jojachin hem op.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Ezechiel 27:2

'Zing, mensenkind, een klaaglied over Tyrus.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

2 Koningen 24:12

gaf koning Jojachin van Juda zich samen met zijn moeder, zijn hovelingen, zijn legeraanvoerders en zijn kamerheren aan de koning van Babylonië over; deze nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

2 Koningen 25:5

maar het Chaldese leger zette de achtervolging in en haalde hem in op de vlakte van Jericho. Heel zijn leger werd uiteengeslagen
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

2 Koningen 23:34

Hij stelde Eljakim, een andere zoon van Josia, als opvolger van zijn vader aan en veranderde zijn naam in Jojakim. Joachaz werd door de farao meegevoerd naar Egypte, en daar is hij gestorven.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

2 Koningen 23:29

Tijdens de regering van Josia trok farao Necho van Egypte naar de Eufraat op om zich bij de koning van Assur te voegen. Koning Josia ging de farao tegemoet, maar werd bij het eerste treffen, in Megiddo, door hem gedood.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Ezechiel 2:10

Die werd voor mijn ogen uitgerold en ik zag dat hij aan beide kanten beschreven was. Dit stond erop te lezen: Klaagliederen, en gezucht en gesteun.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Ezechiel 19:14

Uit zijn stam sloeg het vuur dat zijn twijgen en druiven verteerde, de sterkste tak is weg, zijn heersersstaf heeft hij verloren."' (Dit is een klaaglied, en zo wordt het nog steeds gezongen.)
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Jeremia 9:10

‘Ik maak Jeruzalem tot een ruïne, tot een oord voor jakhalzen. Ik maak Juda’s steden tot een woestenij, waar niemand meer kan wonen.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Ezechiel 32:18

'Mensenkind, zing over het volk van Egypte, weeklaag met de vrouwen van machtige volken, en begeleid Egypte naar de onderwereld, naar hen die al in het graf zijn afgedaald.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Jeremia 9:17

Zeg: Laten ze zich haasten om voor ons een klaaglied te zingen. Dan vloeien onze tranen, dan baden onze ogen in water.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Jeremia 24:1

De HEER liet mij twee manden met vijgen zien, nadat koning Nebukadnessar van Babylonië koning Jechonja van Juda, de zoon van Jojakim, samen met de leiders van Juda en de smeden en de wapenmeesters uit Jeruzalem naar Babel had weggevoerd. De manden waren voor de tempel gezet.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Jeremia 22:10

Treur niet om een dode, weeklaag niet om hem. Treur liever om hem die verbannen werd: hij ziet zijn geboorteland niet terug.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Klaagliederen 5:12

Vorsten hebben ze opgehangen, de oudsten worden geminacht.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Jeremia 24:8

Maar die bedorven vijgen die niet meer te eten zijn-ja, dit zegt de HEER: Die vijgen staan voor koning Sedekia van Juda, en voor zijn raadsheren en de mensen uit Jeruzalem die in dit land zijn overgebleven of in Egypte zijn gaan wonen.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Jeremia 22:30

Dit zegt de HEER: Stel deze man als kinderloos te boek, schrijf dat zijn leven mislukt is, want geen van zijn nakomelingen zal ooit op Davids troon zitten en over Juda regeren.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Klaagliederen 4:20

De gezalfde van de HEER, de adem van ons leven, is in hun kuil gevangen, hij in wiens schaduw wij hoopten te leven, te midden van de volken.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Jeremia 52:25

En uit de stad haalde hij de raadsheer die belast was met oorlogszaken, zeven van de raadsheren die vrij toegang hadden tot de koning, de secretaris van de opperbevelhebber, die het volk onder de wapenen riep, en zestig mensen uit het gewone volk.
Gerelateerd aan Ezechiel 19:1

Jeremia 22:18

Daarom-dit zegt de HEER over koning Jojakim van Juda, zoon van Josia: Niemand zal een klaaglied zingen: “Ach mijn broer, ach mijn zuster.” Niemand klaagt: “Ach heer, ach majesteit.”
1
2
Volgende