Gerelateerd aan Exodus 34:13
Gerelateerd aan Exodus 34:13
2 Koningen 18:4
Hij verwijderde de offerplaatsen, verbrijzelde de gewijde stenen, haalde de Asjerapalen omver en sloeg de koperen slang die Mozes gemaakt had aan stukken. De Israëlieten hadden namelijk nog altijd de gewoonte voor deze slang, die de naam Koperslang droeg, wierook te branden.
Gerelateerd aan Exodus 34:13
Exodus 23:24
Neem hun gebruiken niet over, kniel niet neer voor hun goden en vereer ze niet; haal hun godenbeelden omver en verbrijzel hun gewijde stenen.
Gerelateerd aan Exodus 34:13
Richteren 6:25
Diezelfde nacht zei de HEER tegen Gideon: 'Neem de stier van je vader, dat prachtbeest dat nu al zeven jaar gespaard is. Sloop het altaar dat je vader voor Baäl heeft opgericht en hak de Asjerapaal die ernaast staat om.
Gerelateerd aan Exodus 34:13
Richteren 2:2
Maar jullie mochten geen verdragen sluiten met de inwoners van dit land en hun altaren moesten jullie afbreken. Maar jullie hebben niet geluisterd naar wat ik heb gezegd. Hoe hebben jullie dat kunnen doen?
Gerelateerd aan Exodus 34:13
Deuteronomium 7:5
Nee, dít staat u te doen: u moet hun altaren slopen en hun gewijde stenen verbrijzelen, hun Asjerapalen omhakken en hun godenbeelden verbranden.
Gerelateerd aan Exodus 34:13
2 Kronieken 34:3
Vanaf het achtste jaar van zijn regering-hij was toen nog een jongeman-richtte hij zich naar de God van zijn voorvader David. En in het twaalfde jaar begon hij Juda en Jeruzalem te ontdoen van de offerplaatsen, de Asjerapalen en de gesneden en gegoten beelden.
Gerelateerd aan Exodus 34:13
2 Koningen 23:14
hij sloeg de gewijde stenen aan stukken, hakte de Asjerapalen om en liet de gaten opvullen met beenderen van mensen.
Gerelateerd aan Exodus 34:13
Deuteronomium 12:2
De volken die u zult verdrijven, vereren hun goden op heuveltoppen en hoge bergen en onder bladerrijke bomen. U moet hun gewijde plaatsen met de grond gelijk maken,
Gerelateerd aan Exodus 34:13
2 Kronieken 31:1
Toen het feest afgelopen was, trokken alle aanwezige Israëlieten naar de steden van Juda. In heel Juda en Benjamin en in heel Efraïm en Manasse verbrijzelden ze de gewijde stenen, hakten ze de Asjerapalen om en sloopten ze de offerplaatsen en altaren. Pas toen er niet één meer over was gingen de Israëlieten terug naar huis, ieder naar zijn eigen woonplaats en bezittingen.
Gerelateerd aan Exodus 34:13
Deuteronomium 16:21
U mag naast het altaar dat u voor de HEER, uw God, gaat bouwen geen Asjerapaal of wat voor gewijde paal ook plaatsen,
Gerelateerd aan Exodus 34:13
Deuteronomium 7:25
Hun godenbeelden moet u verbranden, zonder u het zilver en goud ervan toe te eigenen, want dat zou uw ondergang worden omdat de HEER, uw God, ze verafschuwt.