Gerelateerd aan Exodus 30:11-16
Gerelateerd aan Exodus 30:12
Numeri 31:50
Wat wijzelf aan gouden voorwerpen hebben aangetroffen, bieden we de HEER als offergave aan: enkelkettinkjes, armbanden, vingerringen, oorringen en halssieraden. Hiermee willen we bij de HEER verzoening voor onszelf bewerken.'
Gerelateerd aan Exodus 30:12
1 Kronieken 27:24
Joab, de zoon van Seruja, had wel een begin gemaakt met de volkstelling, maar maakte die niet af, want Israël werd vanwege de volkstelling getroffen door een hevige toorn. De uitslag werd dan ook niet opgenomen in de kronieken van koning David.
Gerelateerd aan Exodus 30:12
Exodus 38:25
Het zilver dat de geregistreerde Israëlieten hadden afgedragen, bedroeg honderd talent en zeventienhonderdvijfenzeventig sjekel, volgens het ijkgewicht van het heiligdom:
Gerelateerd aan Exodus 30:12
Mattheüs 20:28
-zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
Gerelateerd aan Exodus 30:12
1 Petrus 1:18
U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd,
Gerelateerd aan Exodus 30:12
Psalmen 49:7
(49:8) Geen mens kan een ander vrijkopen, wat God vraagt voor een leven, is niet te betalen.
Gerelateerd aan Exodus 30:12
Job 33:24
en als God hem welgezind is en zegt: "Laat niet toe dat hij in de afgrond afdaalt, ik heb een losgeld voor hem verkregen, "
Gerelateerd aan Exodus 30:12
1 Kronieken 21:14
De HEER liet in Israël de pest uitbreken. Zeventigduizend Israëlieten vonden de dood.
Gerelateerd aan Exodus 30:12
1 Kronieken 21:12
Drie jaar hongersnood, drie maanden-voortdurend belaagd door het zwaard van je tegenstanders-opgejaagd worden door je vijanden, of drie dagen getroffen worden door het zwaard van de HEER: de pest in het land, een engel van de HEER die in het hele gebied van Israël dood en verderf zaait? Zegt u maar wat voor antwoord ik moet geven aan degene die mij gezonden heeft.'
Gerelateerd aan Exodus 30:12
Numeri 1:2
(2-3) 'Houd onder heel Israël een telling van alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder. Tel hen hoofdelijk en schrijf hen met naam en toenaam in, geordend naar geslacht en familie en ingedeeld naar de legerafdelingen waartoe ze behoren. Doe dit samen met Aäron.
Gerelateerd aan Exodus 30:12
Job 36:18
Pas op: laat je woede je niet meeslepen, vertrouw niet op het losgeld dat je kunt betalen.
Gerelateerd aan Exodus 30:12
1 Timotheüs 2:6
die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd.
Gerelateerd aan Exodus 30:12
Numeri 26:2
'Houd onder heel Israël een telling van alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder. Tel hen per familie.'
Gerelateerd aan Exodus 30:12
2 Samuel 24:1
Opnieuw ontstak de HEER in toorn tegen Israël. Hij zette David tegen het volk op met de woorden: 'Ga in Israël en Juda een volkstelling houden.'
Gerelateerd aan Exodus 30:12
2 Kronieken 24:6
Daarom liet de koning de hogepriester Jojada bij zich komen en vroeg: 'Waarom hebt u er niet bij de Levieten op aangedrongen om in Juda en Jeruzalem de bijdrage te innen die door Mozes, de dienaar van de HEER , en de gemeenschap van Israël voor de tent met de verbondstekst is vastgesteld?
Gerelateerd aan Exodus 30:12
Markus 10:45
want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
Gerelateerd aan Exodus 30:13
Leviticus 27:25
Alle waarden worden berekend volgens het ijkgewicht van het heiligdom, twintig gera per sjekel.
Gerelateerd aan Exodus 30:13
Ezechiel 45:12
Een sjekel is twintig gera, en de mine is twintig sjekel plus vijfentwintig sjekel plus vijftien sjekel.
Gerelateerd aan Exodus 30:13
Exodus 38:26
één beka per persoon, dat is een halve sjekel volgens het ijkgewicht, van alle geregistreerde personen van twintig jaar en ouder, zeshonderddrieduizend vijfhonderdvijftig man.
Gerelateerd aan Exodus 30:13
Mattheüs 27:24
Toen Pilatus inzag dat zijn tussenkomst nergens toe leidde, dat het er integendeel naar uitzag dat men in opstand zou komen, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen.’
1
2