Gerelateerd aan Exodus 3:11
Gerelateerd aan Exodus 3:11
1 Samuel 18:18
David antwoordde: 'Wie ben ik en wat heeft mijn familie, de verwanten van mijn vader, in Israël te betekenen, dat ik een schoonzoon van de koning mag worden?'
Gerelateerd aan Exodus 3:11
Exodus 6:12
Maar Mozes antwoordde: 'Als de Israëlieten al niet naar me luisteren, zal de farao dat dan wel doen? Ik kom immers moeilijk uit mijn woorden.'
Gerelateerd aan Exodus 3:11
2 Korinthe 3:5
Niet dat wij vanuit onszelf zo bekwaam zijn dat we dit als ons eigen werk kunnen beschouwen; onze bekwaamheid danken we aan God.
Gerelateerd aan Exodus 3:11
2 Samuel 7:18
Koning David ging het heiligdom binnen, nam plaats voor de HEER en bad: 'Wie ben ik, HEER, mijn God, wat is mijn familie, dat u mij zo ver hebt gebracht?
Gerelateerd aan Exodus 3:11
Jeremia 1:6
Ik riep: ‘Nee, HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong.’
Gerelateerd aan Exodus 3:11
Jesaja 6:5
Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER van de hemelse machten, gezien.’
Gerelateerd aan Exodus 3:11
2 Korinthe 2:16
Voor de laatsten is het een onaangename geur die tot de dood leidt, voor de eersten een heerlijke geur die leven schenkt. Wie is geschikt voor deze taak?
Gerelateerd aan Exodus 3:11
1 Koningen 3:7
U, HEER, mijn God, hebt mij als opvolger van mijn vader David als koning aangesteld. Maar ik ben nog zo jong en ik heb geen ervaring.
Gerelateerd aan Exodus 3:11
1 Koningen 3:9
Schenk uw dienaar een opmerkzame geest, zodat ik uw volk kan besturen en onderscheid kan maken tussen goed en kwaad. Want hoe zou ik anders recht kunnen spreken over dit immense volk van u?'
Gerelateerd aan Exodus 3:11
Handelingen 7:23
Toen hij veertig jaar was, besloot hij zich te bekommeren om het lot van de Israëlieten, zijn eigen volk.
Gerelateerd aan Exodus 3:11
Exodus 4:10
Maar Mozes antwoordde: 'Neemt u mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen goed spreker. Dat is altijd al zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu u tegen mij, uw dienaar, gesproken hebt. Ik kan nooit de juiste woorden vinden.'