Gerelateerd aan Exodus 12:37

Gerelateerd aan Exodus 12:37

Numeri 1:46

bedroeg in totaal 603.550.
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Numeri 33:3

Op de vijftiende dag van de eerste maand verlieten de Israëlieten Rameses; voor de ogen van de Egyptenaren trokken ze de dag na het pesachmaal onbevreesd weg.
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Numeri 11:21

Mozes zei: 'Ik heb hier een volk van zeshonderdduizend mensen bij me, en u zegt dat u hun vlees zult geven en dat ze daar een volle maand van zullen eten?
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Exodus 38:26

één beka per persoon, dat is een halve sjekel volgens het ijkgewicht, van alle geregistreerde personen van twintig jaar en ouder, zeshonderddrieduizend vijfhonderdvijftig man.
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Numeri 33:5

Nadat de Israëlieten Rameses verlaten hadden, sloegen ze hun kamp op in Sukkot.
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Genesis 47:11

Jozef gaf zijn vader en zijn broers een stuk grond in het beste deel van Egypte, in Rameses, zodat ze zich daar konden vestigen, zoals de farao had gezegd.
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Exodus 1:11

Er werden slavendrijvers aangesteld die de Israëlieten tot zware arbeid dwongen. Ze moesten voor de farao de voorraadsteden Pitom en Raämses bouwen.
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Genesis 46:3

God zei: ‘Ik ben God, de God van je vader. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen.
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Numeri 26:51

Het aantal ingeschreven Israëlieten bedroeg 601.730.
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Numeri 2:32

Het aantal Israëlieten dat ingeschreven was, geordend naar families, bedroeg voor het hele leger, voor alle afdelingen bij elkaar, 603.550.
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Genesis 15:5

Daarop leidde hij Abram naar buiten. ‘Kijk eens naar de hemel, ‘zei hij, ‘en tel de sterren, als je dat kunt.’ En hij verzekerde hem: ‘Zo zal het ook zijn met jouw nakomelingen.’
Gerelateerd aan Exodus 12:37

Genesis 12:2

Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn.