Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Deuteronomium 10:10
Net als de eerste keer heb ik dus veertig dagen en nachten op de berg doorgebracht, en ook ditmaal gaf de HEER mij gehoor: hij besloot u te sparen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Exodus 32:14
Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Jakobus 5:16
Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Exodus 33:17
De HEER zei tegen Mozes: 'Ik verzeker je dat ik zal doen wat je vraagt, want ik ben je goedgezind en ik heb je uitgekozen.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Exodus 32:10
Houd mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Psalmen 99:6
Mozes en Aäron waren zijn priesters, ook Samuël riep zijn naam. Riepen zij tot de HEER, hij antwoordde;
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Lukas 12:4
Tegen jullie, mijn vrienden, zeg ik: wees niet bang voor degenen die het lichaam kunnen doden, maar niet tot iets ergers in staat zijn.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Deuteronomium 9:8
Vooral bij de Horeb hebt u hem kwaad gemaakt, zo kwaad dat hij u wilde vernietigen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Psalmen 106:23
Hij besloot hen uit te roeien, maar Mozes, de man die hij had gekozen, verdedigde hen, ging voor hem staan en wendde zijn dodelijke woede af.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Nehemia 1:2
kwam een van mijn broers, Chanani, met een aantal mannen vanuit Juda naar me toe. Ik vroeg hun hoe het de Joden verging die waren overgebleven en de ballingschap hadden overleefd, en informeerde naar de toestand in Jeruzalem.
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Amos 7:5
zei ik: 'HEER, mijn God, ik smeek u: houd op hiermee! Hoe zou het volk van Jakob dit kunnen overleven? Het is zo klein!'
Gerelateerd aan Deuteronomium 9:19
Amos 7:2
En toen de sprinkhanen ook het laatste groen van het land wegvraten, zei ik: 'HEER, mijn God, vergeef het volk van Jakob toch, hoe zou het dit kunnen overleven? Het is zo klein!'