Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Exodus 14:25
Hij liet de wielen van de wagens vastlopen, zodat de Egyptenaren de grootste moeite hadden om vooruit te komen. 'Laten we vluchten!' riepen ze. 'De HEER steunt de Israëlieten, hij strijdt tegen ons!'
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
1 Samuel 4:8
Het ziet er slecht voor ons uit! Wie redt ons uit de greep van die machtige God? Het is dezelfde God die in de woestijn de Egyptenaren met allerlei plagen heeft getroffen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
1 Samuel 2:2
Geen is er heilig als de HEER, er is geen andere God dan u, geen rots is er als onze God.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Jeremia 40:3
en de HEER heeft gedaan wat hij gezegd heeft, want jullie hebben tegen hem gezondigd en niet naar hem geluisterd. Daarom is dit alles jullie overkomen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Daniel 6:26
(6:27) Hierbij beveel ik dat iedereen in het machtsgebied van mijn koninkrijk eerbiedig ontzag moet tonen voor de God van Daniël. Want hij is de levende God die bestaat in eeuwigheid. Zijn koningschap gaat nooit te gronde en zijn heerschappij is zonder einde.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Daniel 3:29
Daarom vaardig ik het bevel uit dat eenieder, van welk volk, welke natie of taal ook, die zich oneerbiedig uitlaat over de God van Sadrach, Mesach en Abednego, in stukken wordt gehakt en dat zijn huis in puin wordt gelegd, want er is geen god die kan redden als deze.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Ezra 7:20
Wat er verder nodig is voor de tempel van uw God en voor uw rekening zou komen, kunt u bekostigen uit de koninklijke schatkist.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Numeri 23:8
Hoe kan ik vervloeken wie door God niet is vervloekt? Hoe kan ik verwensen wie door de HEER niet is verwenst?
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Daniel 2:47
De koning zei tegen Daniël: 'Het is waar, uw God is de God der goden en de heer der koningen. Hij onthult mysteries en daardoor hebt u dit mysterie kunnen onthullen.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Ezra 1:3
Laten al diegenen onder u die tot zijn volk behoren, zich met de hulp van hun God naar Jeruzalem in Juda begeven om er de tempel van de HEER weer op te bouwen, de God van Israël, de God die in Jeruzalem woont.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Ezra 6:9
Alles wat de priesters in Jeruzalem nodig hebben, moet hun dagelijks, zonder enige terughoudendheid, gegeven worden: jonge stieren en rammen en lammeren om te offeren aan de God van de hemel, en tarwe, zout, wijn en olie,
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:31
Numeri 23:23
Voortekens lezen is Jakob vreemd, van waarzeggerij houdt Israël zich ver; God zelf spreekt tot Jakob, op zijn eigen tijd, God zelf zegt tegen Israël wat hij bewerken zal.