Gerelateerd aan Deuteronomium 32:25

Gerelateerd aan Deuteronomium 32:25

Ezechiel 7:15

Buiten regeert het zwaard, binnen heersen pest en honger, wie op het veld is zal sterven door het zwaard, wie in de stad is wordt getroffen door de honger en de pest.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:25

Klaagliederen 1:20

HEER, zie mijn ellende: mijn ingewanden staan in brand, mijn hart wordt verscheurd, omdat ik zo opstandig ben geweest. Buiten berooft het zwaard mij van mijn kinderen, binnen heerst de dood.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:25

Klaagliederen 4:4

Dorst doet de tong van zuigelingen aan hun gehemelte kleven, kinderen bedelen om brood, maar niemand reikt het hun aan.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:25

Leviticus 26:36

En wie van jullie nog in leven zijn, zal ik in het land van hun vijanden zo schrikachtig maken dat ze al op de vlucht slaan wanneer ze een blaadje horen ritselen. Ze zullen vluchten alsof ze door het zwaard worden achtervolgd, en neervallen hoewel niemand hen opjaagt.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:25

2 Kronieken 36:17

Toen stuurde hij de koning van de Chaldeeën op hen af, die hun uitgelezen mannen ombracht in hun heilige tempel. Niemand werd gespaard; jonge mannen en vrouwen, oude mensen en ook hoogbejaarden werden aan de koning uitgeleverd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:25

Jesaja 30:16

Jullie zeiden: ‘Nee! Te paard vluchten we weg!’ -Vluchten zúl je! ‘Wij gaan er razendsnel vandoor!’ -Razendsnel word je ingehaald.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:25

Jeremia 9:21

Dit zegt de HEER: De lijken liggen als mest op het land, als halmen achter de maaiers, door niemand opgeraapt.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:25

2 Korinthe 7:5

Toen we in Macedonië kwamen, vonden we geen rust maar werden we van alle kanten belaagd: van buitenaf door vijanden, van binnenuit door zorgen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 32:25

Klaagliederen 2:19

Weeklaag in de nacht, jammer tot aan de ochtend, stort je hart uit als water, ten overstaan van de Heer. Hef je handen naar hem op, voor het leven van je kinderen, die op elke straathoek van honger versmachten.