Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Numeri 4:15
Pas als Aäron en zijn zonen bij het opbreken van het kamp klaar zijn met het bedekken van het heiligdom en alle heilige voorwerpen, mogen de Kehatieten komen om ze te dragen. Zij mogen het heiligdom niet aanraken, anders sterven ze. Dat zijn de voorwerpen uit de ontmoetingstent die de Kehatieten moeten dragen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Jozua 3:3
om het volk te zeggen: 'Wanneer u de Levitische priesters de ark van het verbond met de HEER, uw God, ziet dragen, dan moet u het kamp opbreken en de ark volgen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Deuteronomium 17:18
Als de koning eenmaal over zijn rijk heerst moet hij een afschrift van dit wetboek laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters berust.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Maleachi 4:4
(3:22) Houd je aan het onderricht van Mozes, mijn dienaar, aan wie ik op de Horeb regels en wetten heb gegeven die gelden voor heel Israël.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Johannes 5:46
Als u Mozes zou geloven, zou u ook mij geloven, hij heeft immers over mij geschreven.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Deuteronomium 31:28
Roep alle oudsten van uw stammen bijeen, evenals uw schrijvers, dan zal ik hun mijn waarschuwing laten horen, en daarbij hemel en aarde als getuigen oproepen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
1 Kronieken 15:12
en zei tegen hen: 'U bent de hoofden van de Levitische families. U en uw verwanten moeten zich heiligen en de ark van de HEER, de God van Israël, overbrengen naar de plaats die ik in gereedheid heb gebracht.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
1 Kronieken 15:2
Daarna verklaarde hij dat alleen de Levieten de ark van God mochten dragen, want hen had de HEER aangewezen om zijn ark te dragen en hem voor altijd te dienen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Deuteronomium 31:22
Zo schreef Mozes die dag het lied op en hij leerde het de Israëlieten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Markus 12:19
‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen, moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn broer.”
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Johannes 1:17
De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
1 Koningen 8:3
Toen alle oudsten van Israël aanwezig waren, namen de priesters de ark op.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Lukas 20:28
‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: als een gehuwd man sterft zonder dat zijn vrouw kinderen heeft gebaard, moet zijn broer met die vrouw trouwen en nakomelingen verwekken voor zijn broer.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Jozua 6:12
De volgende dag stond Jozua in alle vroegte op. De priesters namen de ark van de HEER op,
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Numeri 33:2
Op bevel van de HEER heeft Mozes de plaatsen waar ze hun kamp hadden opgeslagen genoteerd. Ze trokken als volgt van de ene pleisterplaats naar de andere:
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Johannes 1:45
Hij kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!’
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Hosea 4:6
Mijn volk komt om doordat het met mij niet vertrouwd is. Jij wilde het niet met mij vertrouwd maken, daarom wil ik niets meer met jou te maken hebben: je zult mij niet meer als priester dienen. Jij hebt de wet van je God verwaarloosd, daarom zal ik jouw kinderen verwaarlozen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Jozua 3:14
Toen het volk het kamp had opgebroken om de Jordaan over te trekken, gingen de priesters die de ark van het verbond droegen voor het volk uit.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Maleachi 2:7
Kennis ligt op de lippen van de priester en waarheid zoekt men in wat hij zegt, want hij is een bode van de HEER van de hemelse machten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 31:9
Daniel 9:13
Het kwaad dat over ons gekomen is, staat al beschreven in de wet van Mozes, en toch hebben wij de HEER, onze God, niet gunstig gestemd door afstand te nemen van onze overtredingen en uw waarheid in acht te nemen.
1
2