Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Psalmen 74:1
Een kunstig lied van Asaf. Waarom, God, hebt u ons voor altijd verstoten, brandt uw woede tegen de schapen die u hoedt?
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Psalmen 79:5
Hoe lang nog, HEER ! Bent u voor eeuwig verbolgen? Hoe lang blijft uw woede branden?
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Deuteronomium 9:14
Houd me niet tegen: ik roei hen uit, zodat niets op aarde nog aan hen zal herinneren. Maar uit jou zal ik een volk laten voortkomen dat groter en machtiger is dan dit.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Ezechiel 14:7
Alle Israëlieten en ook de vreemdelingen die in Israël leven, ieder die zich van mij heeft afgewend, ieder die zijn afgoden koestert, die niets anders voor ogen heeft dan de zonde die hem ten val brengt en dan toch naar een profeet gaat om mij te raadplegen, die zal ik, de HEER, zelf antwoorden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Ezechiel 23:25
Ik zal je mijn toorn laten voelen: zij zullen zich woedend op je storten en je neus en je oren afsnijden, en wat er van je over is valt ten prooi aan het zwaard. Ze zullen je zonen en dochters wegvoeren, en wat er dan nog van je over is wordt door het vuur verteerd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Exodus 20:5
Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten;
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Nahum 1:2
De HEER is een wrekende God, hij duldt niemand naast zich. De HEER is een woedende wreker, de HEER wreekt zich op zijn tegenstanders, hij richt zijn toorn op zijn vijanden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Exodus 34:14
want jullie mogen niet voor een andere god neerknielen. De HEER, de Afgunstige, duldt immers geen andere goden naast zich.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Romeinen 8:32
Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken?
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Romeinen 11:21
als hij de oorspronkelijke takken al niet heeft gespaard, zou hij u dan wel sparen?
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Psalmen 78:50
Hij baande een weg voor zijn toorn, hij behoedde hen niet voor de dood, gaf hun leven prijs aan de pest.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Deuteronomium 27:15
“Vervloekt is eenieder die een godenbeeld maakt en het op een geheime plaats bewaart; in de ogen van de HEER is het een gruwelijk maaksel van mensenhanden.” En heel het volk moet antwoorden: “Amen.”
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Deuteronomium 28:15
Maar als u de HEER, uw God, niet gehoorzaamt en zijn geboden en wetten, zoals ik ze u vandaag heb voorgehouden, niet nauwkeurig naleeft, zullen deze vervloekingen u treffen:
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Ezechiel 8:18
Ik zal mijn woede op hen koelen: ik zal geen medelijden tonen, ik zal geen medelijden kennen, en al roepen ze nog zo hard om mij, ik zal niet naar hen luisteren.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Ezechiel 8:3
Hij strekte iets uit dat de vorm had van een hand en pakte me bij mijn haren beet. In dit goddelijk visioen tilde de geest me op, tussen hemel en aarde, en bracht me naar Jeruzalem, naar de ingang van de noordelijke binnenpoort, waar het afschuwelijke godenbeeld staat dat de woede van de HEER wekt.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
2 Petrus 2:4
Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Ezechiel 8:5
Hij zei tegen mij: 'Mensenkind, kijk nu naar het noorden.' Ik keek naar het noorden en zag daar buiten de poort een altaar staan; het godenbeeld dat de woede van de HEER wekt stond in de toegang.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Openbaring 3:5
Wie overwint zal zich ook in het wit kleden. Ik zal zijn naam niet uit het boek van het leven schrappen, maar juist voor hem getuigen ten overstaan van mijn Vader en zijn engelen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Ezechiel 5:11
Daarom, zo waar ik leef-spreekt God, de HEER -,omdat je mijn heiligdom hebt verontreinigd met je afschuwelijke wangedrag, daarom zal ik je met mijn zwaard kaalscheren; ik zal geen medelijden tonen, ik zal geen medelijden kennen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 29:20
Psalmen 18:8
(18:9) rook steeg op uit zijn neus, verterend vuur kwam uit zijn mond, hij spuwde hete as.
1
2