Gerelateerd aan Deuteronomium 28:38-39
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:38
Haggaï 1:6
Jullie hebben veel gezaaid maar weinig geoogst; jullie eten maar raken nooit verzadigd, jullie drinken maar nooit is het genoeg, jullie kleden je maar krijgen het nooit warm; de dagloner krijgt zijn geld maar het verdwijnt in een beurs vol gaten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:38
Joel 1:4
Wat de ene sprinkhaan overliet, heeft de tweede afgeknaagd, wat de tweede nog overliet, heeft de derde afgemaaid en wat na de derde overbleef, heeft de vierde kaalgevreten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:38
Micha 6:15
Je zult wel zaaien maar niets oogsten, je zult olijven persen maar je niet met olie inwrijven, je zult druiven treden maar geen wijn drinken.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:38
Amos 4:9
Ik trof jullie met korenbrand en meeldauw; sprinkhanen vraten je tuinen en wijngaarden kaal, en alle vijgen en olijven: maar jullie zijn niet naar mij teruggekeerd-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:38
Joel 2:25
Ik zal jullie schadeloosstellen voor de oogst van jaren die door al die zwermen sprinkhanen is opgevreten, door mijn grote leger, dat ik op jullie had afgestuurd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:38
Amos 7:1
Dit heeft God, de HEER, mij laten zien: Ik zag hoe hij een zwerm sprinkhanen schiep net toen het nagras opkwam. (Dat is het gras dat opkomt nadat er voor de koning al gemaaid is.)
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:38
Joel 2:3
Hun voorhoede is een verterend vuur, hun achterhoede een verzengende vlam; als de tuin van Eden ligt het land voor hen, achter hen blijft een kale woestijn. Niets en niemand kan ontkomen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:38
Jesaja 5:10
Een uitgestrekte wijngaard levert amper wijn op, een berg zaaigoed maar één zak graan.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:38
Exodus 10:14
In grote zwermen streken ze in heel Egypte neer. Nooit eerder was er zo'n sprinkhanenplaag geweest en nooit zal er meer zo'n plaag komen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:39
Jesaja 17:10
Want je bent de God van je redding vergeten, de rots waarop je steunde, heb je veronachtzaamd. Je hebt fraaie tuinen aangelegd en stekken geplant voor vreemde goden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:39
Joel 2:2
Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van dreigende, donkere wolken. Als het morgenlicht over de bergen, zo nadert een groot en machtig volk, zoals er nooit tevoren is geweest of ooit nog zal zijn tot in het verste nageslacht.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:39
Jona 4:7
Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:39
Joel 1:4
Wat de ene sprinkhaan overliet, heeft de tweede afgeknaagd, wat de tweede nog overliet, heeft de derde afgemaaid en wat na de derde overbleef, heeft de vierde kaalgevreten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:39
Jesaja 5:10
Een uitgestrekte wijngaard levert amper wijn op, een berg zaaigoed maar één zak graan.’