Gerelateerd aan Deuteronomium 28:31

Gerelateerd aan Deuteronomium 28:31

Richteren 6:1

(1-2) Maar de Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER. Daarom leverde hij hen uit aan het volk van Midjan, dat hen zeven jaar achtereen kwam plunderen. Uit angst voor de Midjanieten richtten de Israëlieten in bergspleten, grotten en op andere moeilijk bereikbare plekken schuilplaatsen in.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:31

Job 1:14

kwam er een boodschapper bij Job en zei: 'De runderen trokken de ploeg en de ezelinnen liepen vlakbij in de wei te grazen,