Gerelateerd aan Deuteronomium 20:11
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:11
Jozua 16:10
Maar de Kanaänieten uit Gezer konden ze niet verdrijven; die bleven in hun midden wonen, tot op de dag van vandaag. Ze werden echter gedwongen tot herendienst.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:11
Leviticus 25:42
Het volk dat ik uit Egypte heb weggeleid behoort mij toe, Israëlieten kunnen dus niet als slaaf verkocht worden.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:11
Richteren 1:28
Toen de Israëlieten sterker werden, legden ze de Kanaänieten herendienst op, maar ze verdreven hen niet.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:11
Lukas 19:14
Maar zijn landgenoten haatten hem en stuurden afgevaardigden achter hem aan met de boodschap: “We willen niet dat die man koning over ons wordt!”
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:11
Richteren 1:30
De stam Zebulon heeft de inwoners van Kitron en Nahalol niet verdreven; de Kanaänieten bleven in hun midden wonen en werden gedwongen tot herendienst.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:11
Jozua 9:27
maar maakte hen op die dag tot houthakkers en waterputters voor heel Israël en voor het altaar van de HEER, dat op een plaats zou komen die de HEER zou kiezen. Ze zijn dit tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:11
Jozua 11:19
want er was geen enkele stad die een vredesverdrag met de Israëlieten had gesloten, behalve Gibeon, de stad van de Chiwwieten. Er viel Israël niets zonder slag of stoot in handen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:11
Jozua 9:22
Jozua liet hen bij zich roepen en vroeg hun: 'Waarom hebt u ons bedrogen door te zeggen dat u heel ver van ons vandaan woont, terwijl u in dit gebied woont?
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:11
Psalmen 120:7
Spreek ik woorden van vrede, zij willen oorlog.