Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

2 Kronieken 32:7

'Wees vastberaden en standvastig. Laat u door de koning van Assyrië en de grote legermacht die hij bij zich heeft geen angst aanjagen, want wij zijn sterker dan hij:
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Psalmen 20:7

(20:8) Anderen vertrouwen op paarden en wagens, wij op de naam van de HEER, onze God.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Deuteronomium 31:8

De HEER zelf gaat voor je uit, hij zal je bijstaan en geen moment van je zijde wijken. Wees niet bang en laat je door niets ontmoedigen.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Deuteronomium 31:6

Wees vastberaden en standvastig. Er is geen enkele reden om bang voor hen te zijn, want het is de HEER, uw God, die met u meegaat. Hij zal niet van uw zijde wijken en u niet verlaten.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Jesaja 31:1

Wee hun die naar Egypte gaan om hulp, die hun heil zoeken bij paarden, vertrouwen op een groot aantal wagens en een overmacht aan ruiters. Voor de HEER hebben zij geen oog, de Heilige van Israël zoeken zij niet.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Jesaja 8:9

Roep op tot de strijd, volken, beef van angst. Luister, volken van de verste hoeken van de aarde. Gord je wapens aan en beef van angst, ja, gord je wapens aan en beef van angst.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Jesaja 43:2

Moet je door het water gaan-ik ben bij je; of door rivieren-je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan-het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Jozua 1:5

Zolang je leeft zal niemand tegen je kunnen standhouden. Zoals ik Mozes heb bijgestaan, zo zal ik ook jou bijstaan. Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Romeinen 8:31

Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Jesaja 7:14

Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Deuteronomium 3:21

Jozua heb ik toen op het hart gedrukt: ‘Jij hebt met eigen ogen gezien wat de HEER, je God, met die twee koningen heeft gedaan. Precies zo zal de HEER doen met alle vorsten die je na de oversteek zult treffen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Psalmen 46:7

(46:8) De HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob. sela
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Psalmen 118:6

Met de HEER aan mijn zijde heb ik niets te vrezen, wat kunnen mensen mij doen?
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Jozua 1:9

Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de HEER, je God, staat je bij.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Richteren 6:12

De engel van de HEER vertoonde zich aan hem en zei: 'De HEER zij met je, dappere krijgsman.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

2 Kronieken 14:11

(14:10) Hij riep de HEER, zijn God, aan met de woorden: 'HEER, er is niemand die hulp biedt zoals u wanneer de machteloze het moet opnemen tegen een overmacht. Help ons, HEER, onze God, want in u hebben we ons vertrouwen gesteld en in uw naam zijn we tegen deze overmacht in het geweer gekomen. HEER, onze God, sta niet toe dat een mens zich met u meet.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Jozua 10:5

De vijf Amoritische koningen sloten zich aaneen. Zij, de koningen van Jeruzalem, Hebron, Jarmut, Lachis en Eglon, trokken met hun legers ten strijde tegen Gibeon, sloegen het beleg voor die stad en voerden er aanvallen op uit.
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

2 Kronieken 20:12

God, straft u hen af. Wij zijn niet opgewassen tegen de grote legermacht die ons nu aanvalt. Wij weten niet wat we moeten doen, op u zijn onze ogen gevestigd.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Psalmen 46:11

(46:12) De HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob. sela
Gerelateerd aan Deuteronomium 20:1

Richteren 4:3

Jabin beschikte over negenhonderd ijzeren strijdwagens en heerste met harde hand over Israël, wel twintig jaar lang. Daarom riepen de Israëlieten de HEER te hulp.
1
2
Volgende