Gerelateerd aan Deuteronomium 2:37

Gerelateerd aan Deuteronomium 2:37

Numeri 21:24

Maar de Israëlieten versloegen hem en veroverden zijn land, van de Arnon tot aan de Jabbok, die de grens vormde met de Ammonieten en waarlangs versterkingen lagen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:37

Genesis 32:22

(32:23) Het was nog nacht toen Jakob opstond en de Jabbok overstak op een doorwaadbare plaats, samen met zijn beide vrouwen, zijn twee bijvrouwen en zijn elf kinderen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:37

Deuteronomium 3:16

De stammen Ruben en Gad gaf ik het stuk ten zuiden van Gilead tot aan het Arnondal, vanaf het midden van de Arnon, die een natuurlijke grens vormt, tot aan het dal van de Jabbok, de grens met het land van de Ammonieten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:37

Deuteronomium 2:19

Je zult dan in de buurt komen van de Ammonieten. Bejegen ook hen niet vijandig en daag hen niet uit. Ook van het land van de Ammonieten geef ik je niets in bezit; ik heb het aan de nakomelingen van Lot in eigendom gegeven.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:37

Jozua 12:2

Koning Sichon van de Amorieten, die in Chesbon zetelde. Hij heerste vanaf Aroër aan de rand van het Arnondal, beter gezegd, vanaf de middenloop van de Arnon, tot aan het dal van de Jabbok, dat de grens met het land van de Ammonieten vormde. Zijn gebied omvatte de ene helft van Gilead
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:37

Deuteronomium 2:5

en hen niet uitdagen. Ik geef jullie nog niet het kleinste stukje van hun land; het Seïrgebergte heb ik immers aan Esau in eigendom gegeven.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:37

Richteren 11:15

Ditmaal moesten ze de volgende boodschap overbrengen: 'Dit zegt Jefta: "Israël heeft nooit land van de Moabieten of de Ammonieten afgenomen!
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:37

Deuteronomium 2:9

Toen zei de HEER tegen mij: ‘Je mag de Moabieten niet vijandig bejegenen en hen niet uitdagen, want ik geef je van hun land niets in bezit; ik heb Ar immers aan de nakomelingen van Lot in eigendom gegeven.’