Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
Numeri 18:8
De HEER zei verder tegen Aäron: 'Hierbij vertrouw ik de geschenken die mij gebracht worden aan jou toe. Alle heilige gaven die de Israëlieten mij brengen, geef ik aan jou en je zonen. Ze zijn voor jullie bestemd, jullie hebben daar voor altijd recht op.
Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
Deuteronomium 10:9
Daarom bezitten de Levieten geen eigen grond zoals de anderen; zij mogen immers bestaan van de dienst aan de HEER, zoals hij hun heeft beloofd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
Deuteronomium 12:19
Maar vergeet, zolang u in dat land woont, de Levieten niet.
Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
Jozua 13:14
Mozes had de Levieten geen grondgebied toegewezen. Zij zouden mogen delen in de offergaven aan de HEER, de God van Israël, zoals hij hun had beloofd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
1 Korinthe 9:13
U weet toch dat wie in de tempel dienst doen daarvan leven, en dat wie aan het altaar dienen een deel van het offervlees krijgen?
Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
Numeri 18:20
Ook zei de HEER tegen Aäron: 'Jij krijgt geen eigen grondgebied en geen andere bezittingen zoals de overige Israëlieten. Ik ben je bezit en je grondgebied.
Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
Numeri 26:62
Het aantal ingeschreven Levieten, te weten alle mannelijke personen van ‚‚n maand en ouder, bedroeg 23.000. Zij werden apart van de andere Israëlieten ingeschreven, omdat aan hen geen grondgebied werd toegewezen, zoals aan de anderen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
1 Petrus 5:2
Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht-niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding.
Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
Jozua 13:33
Hij wees de stam van de Levieten echter geen grondgebied toe. Zij zouden mogen bestaan van de dienst aan de HEER, de God van Israël, zoals hij hun had beloofd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 18:1
Jozua 18:7
Maar de Levieten zullen niet zoals u delen in het land; hun is het toebedeeld priesters van de HEER te zijn. Gad, Ruben en de eerste helft van Manasse hebben al eerder het grondgebied ontvangen dat Mozes, de dienaar van de HEER, hun ten oosten van de Jordaan heeft toegewezen.'